Biggest island on a lake on an island 21-05-2013

IMG_0986IMG_0876 IMG_0910 IMG_0919 IMG_0958

 

Biggest island on a lake on an island  [21-05-2013]   –    [26-05-2013]

Nadat onze motoren met een plank de boot opgereden waren konden we genieten van het uitzicht op Lake Toba. Op de pont werden we aangesproken door tientallen eigenaren van Guest Houses die allemaal het beste waren. Wij waren moe van het rijden en wilden gewoon een goedkope slaapplek en dan zouden we de volgende morgen wel iets leuks zoeken. Zo kwamen we  bij Bagus Bay aan met de belofte van een goedkope kamer. Deze hadden ze alleen niet meer, maar nog wel een mega kamer voor dubbele prijs. Na wat onderhandelingen kregen we dezelfde prijs ervoor en zo kwamen we aan de mooiste kamer van onze hele reis met genoeg ruimte om vol te gooien met al onze spullen. Voor nog geen twee euro per persoon hadden we een mega kamer aan het meer, volleybalveld voor de deur, spelletjes, gitaar en genoeg internet voor iedereen.

Na een rondje te lopen over het schiereiland, Tuctuc waar alle toeristen zouden zitten, op zoek naar een barretje, moesten we concluderen dat het seizoen er waarschijnlijk niet voor was. Overal stonden prachtige bungalow parken over het meer en lege restaurantjes met uitzicht op de mooiste bergketens. Na een uur wandelen kwamen we langs restaurant Jenny dat alle reizigers verzameld had door de leuke verlichting en heerlijke lucht van gebakken vis. Daar bleek ook het Oostenrijkse stelletje te zitten dat we op de boot ontmoet hadden. Na twee biertjes en de beste vis die we ooit gegeten hadden liepen we met ze mee om te chillen bij hun hotel. Daar zaten drie Engelsen die net hun derde magische shake van de dag op hadden te blowen. Weer liepen we zonder er naar op zoek te zijn in op een gezonde portie marihuana. Na het standaard gesprek wat reizigers altijd als eerste hebben over hun reis en bestemmingen begonnen we te praten over de magic shake. Het is een paddo shake, die in Indonesië overigens legaal verkrijgbaar is, waarvan je in een goede hogere stemming komt. Na wat mooie verhalen besloten we dit komende dagen maar eens te ondervinden.

Eerst moesten we nog wat cultuur snuiven van het enige Christelijke bolwerk in Indonesië. Het land is namelijk 95% Islamitisch, maar in deze regio was het juist Protestant. Dit was meteen duidelijk doordat er nu niet om de honderd meter een moskee stond, maar een kerk en grafstenen met grote kruizen erop. We dachten dat dit soms wel eens voor problemen zou moeten zorgen, maar niets is minder waar. Geloof is hier iets wat je voor jezelf houdt en wordt net zo bekeken als het verschil tussen mensen die suiker in hun thee doen en niet. De vriendelijkheid en respect van iedereen in Indonesië is iets waar we in Nederland nog een hoop van kunnen leren.

De gids (Lambor) die ons in Bukittinggi geholpen had met het kopen van de motoren was ook op het eiland met twee gepensioneerde Nederlanders en vroeg ons of we zin hadden om mee te gaan naar een typische Batak dance. Afspraken maken met tijden loopt hier altijd anders dan verwacht en hij was al vertrokken van het hotel, dus moesten we naar hem op zoek. Gelukkig hadden we motoren en konden we snel naar de plaats van de dans rijden. Na twintig kilometer kwamen we hem tegen voor het museum waar de dans zou plaatsvinden. Na een mooie plek te hebben gevonden kwam een twintigtal mannen en vrouwen van alle leeftijden in traditionele gewaden naar voren lopen. Ze voerden een dans uit in de snikhete zon naast een waterbuffel die hierdoor een betere buffel zou worden en nog sappiger op je bord ligt. Na een half uur verschillende vormen van kleine danspasjes werd gevraagd of er mensen uit het publiek mee wilden doen. Wij stonden direct op en verwachtte een stormloop naar voren voor de beste plekken. De andere dertig toeristen waren echter schuw en hadden geen zin. We kregen een mooie sjaal en liepen achter een oude man aan die we dan moesten kopiëren. Bouncen op de plaat en marcheren waren de pasjes die het favorietst waren in de dans, dus het was allemaal heel makkelijk vol te houden. Op het laatst nog wat odes aan Horas (Oude God, Zonnegod) roepen en we hadden de dag van deze mensen ook weer gemaakt. Aan het eind van de dans werd nog gevraagd of iemand op de foto wilde met de groep, maar nu bleef ook iedereen weer zitten. Ze droegen allemaal grotere camera’s bij zich dan onze rugzak en we begrepen niks van de verlegenheid van de mensen. Het zal wel komen doordat wij ons nergens meer voor schamen en al vaak genoeg met mensen op straat meegedanst hadden. We voelden ons echte wereldreizigers en geen suffe toeristen meer.

Na de dans gingen we op zoek naar de Hot Springs in de bergen die ook een bekend fenomeen zijn in de regio. Op de locatie stonden allemaal gigantische zwembaden met niemand erin. We reden door naar de natuurlijke waterbronnen en hebben daar lekker onze verbrande bovenbenen van het motorrijden in kokend heet water gedaan en zijn nog geplonsd in de natuurlijk koudere rivier. We spraken een Duitse toerist die aankwam toen wij net weg gingen. Hij vertelde dat het eiland twintig jaar geleden heel toeristisch was, maar de laatste jaren door verkeerde publiciteit over Sumatra leeggelopen was. Later bleek dat heel Indonesië met dit probleem zat, maar we kunnen zeggen dat Sumatra het beste land is wat we tot nu toe bezocht hebben. De vriendelijkheid, de jungle, bergen, stranden en rijstvelden, lekkere eten en prijzen zijn het beste van Zuid-Oost-Azië, dus ga naar Sumatra!

Na onze natuurlijke sauna zijn we naar het stadje gegaan waar een markt was. Het was een typisch stinkende, overvolle en dynamische markt, waar levende, dode en geslachte beesten centimeters van elkaar zitten. Voor ons altijd een leuke ervaring om gekke dingen te spotten en om lokals hun jaarlijkse portie Engels te laten oefenen. “Hello Mister” is hier les 1 op school en op de vraag “how are you doing” verwachten ze niet eens een antwoord. Als je dit dan toch geeft en vraagt hoe het met hun gaat beginnen de meeste meisjes te giechelen en de mannen geven het standaard antwoord “yes”. Dit antwoord is overigens het antwoord op elke vraag die je stelt, aangezien ze geen Engels kunnen en dan maar “yes” zeggen. In het begin was dit nogal vervelend als je denkt dat iemand Engels kan en als hij dan een vraag moet beantwoorden die niet ja of nee is er achter te komen dat ze er geen bal van snapten. Dit heeft onze motivatie om Indonesisch te spreken aangespoord en we kunnen nu wat korte gesprekken voeren in Bahasa Indonesia.

Na wat over de markt gebanjerd had Mike zijn Laos Tubing shirt laten maken en Sebas liep met zijn nieuw gekochte band onder de arm naar een mechanic. De achterband was totaal versleten en deze moest dus vervangen worden. Terwijl we daar aan het wachten waren begon het knetter hard te regenen. Modderstromen liepen door de bergen opgestelde tomaten en andere groenten. Op zo’n moment staat het leven even een half uur stil en kijkt iedereen elkaar aan met blikken die zeggen “tja regen, we wachten wel”. Na de regen reden we vergezeld door een regenboog terug naar Tuctuc waar we nog even gestopt zijn bij een trouwerij om mooi geklede vrouwen te bekijken.

Magic Mushrooms

In de avond gingen we op zoek naar Liberta Guest House van Mister Moon waar we zoveel goede verhalen over gehoord hadden. Na er drie keer voorbij gereden te zijn zagen we het kleine uithangbord en werden gelijk begroet door de staf. De kookkwaliteiten van de tienjarige jongens in de keuken was Gordon Ramsey waardig. De atmosfeer stond ernaar dat hier maximaal gechilled kon worden. De houten balken waar het huis uit bestond waren bijzonder gedetailleerd uitgesneden en het zag er paradijselijke uit. Er was ook een smal pad langs stilstaand water met waterlelies die naar een huisje op het meer liep. Van hieruit zag je een aantal onder water gelopen tempels staan en de machtige bergkliffen op de achtergrond. Dit zou de plek worden waar we de volgende dag onze Magic shake zouden nemen.

We begonnen om twee uur in de middag met het enige vervelende van deze psychedelische drug. De bitter smakende thee met fijngesneden stukken paddenstoel. Er mag geen suiker bij, dus de oplossing was wachten tot het koud was en alles in één keer doorslikken en naspoelen met water. We waren een film aan het kijken, maar na een half uur werd het te vervelend om naar een klein scherm te staren en bleek de muurschildering een stuk interessanter. We besloten op avontuur te gaan, want zo voelde we ons. Het houten huis voelde van binnen als een VOC schip dat voerde op de oude route richting Indonesië. Het schommelde zachtjes heen en weer op de deining van de oceaan. Beneden was de staf er gelijk om ons te vragen hoe het ging. We zeiden dat het langzaam begon te werken en vertelde over het schipidee. Het mooie van de paddo’s was dat alles wat we deden goed was en de locatie en mensen om ons heen paste perfect in deze sfeer. We liepen over de stenen richting het water en meteen viel op dat alles zo mooi en gedetailleerd was. Bomen hadden honderden wortels lopen naar het water en in de grond. Zulke prachtige reuzen hadden we nog nooit gezien. Het pad langs het water was nog indrukwekkender. Er was een man het gras aan het maaien en dit rook heerlijk en al zwaaiend met de armen alsof we zweefden pakten we het vers geknipte gras op en gooien het omhoog. Al onze bewegingen kostte geen moeite en ik kon me goed voorstellen dat toeristen in Amsterdam weleens op het balkon stonden in hoop te kunnen vliegen.

We kwamen aan bij het huisje aan het water en merkten gelijk dat er zoveel leven in het meer was. Overal zwommen visjes, kikkervisjes en liepen insecten hun dingetjes te doen. We hebben een half uur naar de vissen gestaard. Onder andere om één individu uit de groep te volgen en we dachten dat dit een unieke vis was met een persoonlijkheid die niet achter de groep aanzwom, maar zijn eigen ding deed. Het water was heel helder en je kon hem na vijf meter nog zien en hij bleef maar rond ons “drijvende huis” zwemmen. We gingen pootje baden en staarden naar de bergen en wolken in de verte. De glooiingen in de bergen leken te smelten en we konden niet genoeg kleurennamen bedenken om het te beschrijven. Overal leken lachende gezichten in te zitten die vredig met ons meeleefden. We begonnen goede gesprekken te voeren over wat het nut van onze reis is en dat we onszelf echt gelukkig voelde met zo’n prachtige ervaring.

De drijvende huizen, de half onder water gelopen paden er naartoe waren zo intens mooi. Toen we opeens een man zagen onderduiken en na dertig seconden nog niet boven zagen komen. Vroegen we tegelijkertijd “zag jij ook een man onder water gaan?” We zouden het wel verbeeld hebben, maar na een minuut kwam hij boven met een speer en vis eraan. Het bootje van waaruit hij werkte met zijn kameraad erin kwam onze richting op en we raakten in gesprek. Hij liet een prachtige goudvis zien die hij net gevangen had. Eerst dacht ik dat ik het niet wilde zien, zo’n naar adem happende vis, maar hij vertelde ons dat hij deze in de avond met zijn vrienden zou barbecueën. Het was de manier was leven die al duizenden jaren zo gedaan werd en alles was onderdeel van een groter geheel van overleven van de mensheid. Je gaat enorm over je bestaan nadenken en hoe prachtig het hele leven is. Het was alsof er een gedeelte van je brein aanging waardoor je zo diep ging nadenken over alles, dat je niks meer begreep van het geweld en verdriet door mensen veroorzaakt in de dagelijkse wereld. Maar tegelijkertijd begreep je ook dat daar niet zomaar verandering in gebracht kon worden, dus besloot ik op dat moment nooit meer boos te zijn.

Even later kwam er in de verte een andere visser aan die we eerder die dag al gezien hadden. Hij had een dikke peddel waarmee hij op het water sloeg. We spraken over de perfectie van deze plek en dit moment en het leek wel of al die dingen onrealistisch mooi waren. Net alsof we een traditionele visser hadden besteld die voor onze neus zijn ritueel ging uitvoeren. Een paar jongens van het personeel ging zwemmen en zichzelf wassen. Eén daarvan stond een uur zichzelf in te soppen en begon daarna zelfs zijn slippers uitgebreid schoon te maken. Het was bizar hoe we daar zaten te genieten van de kleinste dingen en ik besloot dat ook deze wereld was zoals in Avatar en alles uiteindelijk echt uit hetzelfde sterrenstof is ontstaan. Een stukje chips dat gevallen was zat onder de mieren en dit was natuurlijk extra interessant voor zo’n mierenfreak als ik. Werkers sleepten stukjes weg, terwijl grotere soldaten de randjes afsneden.

Na drie uur begon het langzaam uit te werken en besloten we even naar onze eigen kamer te gaan om wat muziek te luisteren. In de badkamer was een oude laag verf al interessant genoeg voor mij om een half uur te bestuderen en allerlei dieptes in te zien die er de volgende dag niet in te vinden waren. Na wat foto’s van onze grote pupillen begon het te regenen, maar dit voelde als goed getimede verfrissing en we liepen weer terug naar de plek waar we gezeten hadden. Hier bestelden we wat van het menu en raakten aan de praat met de mensen die daar overnachten. We speelden kaart en kwamen zo helemaal tot rust en langzaam maar zeker werd het gevoel van hogere ectasie minder. Dit voelde niet als iets wat we wilden tegenhouden, omdat het allemaal op de juiste manier ging voor ons gevoel. Na een film gekeken te hebben vielen we in slaap en werden de volgende ochtend met alle rust wakker, honderd procent weer ons oude zelf. De ervaring was een van de beste die we gehad hebben met drugs.

Champions League Finale

Alle jonge mannen in Azië lopen in voetbal shirtjes over straat van de grootste Europese clubs. Als je dan verteld dat je uit Nederland komt vliegen de namen Van Persie, Robben en Sneijder gelijk in de rondte. Onze hele reis hebben we geprobeerd wat voetbal te volgen, maar de tijden zijn het niet echt waard om wakker voor te blijven. Er was alleen één wedstrijd die we moesten zien met bier en beamer. Dit was de Champions League Finale tussen Bayern München en Dortmunt op 25 mei. Aangezien het eiland na negen uur niet echt een nachtleven had waren we bang dat er nergens voetbal gekeken kon worden. Verschillende restaurants gaven aan dat het bij hen mogelijk was. Ze hadden alleen nog niet door dat het om drie uur ’s nachts begon en zodra we dat zeiden waren ze iets minder geïnteresseerd het scherm aan te bieden. Gelukkig door met wat andere backpackers te spreken hoorden we dat er bij het pizza huis een beamer en bier was.

We liepen richting de toko en onderweg kwamen we langs een all night long bruiloft en werden we uitgenodigd om bier te drinken. Bier is iets dat in het Islamitische Indonesië niet gedronken wordt, maar we waren nu op het Christelijke eiland. Gelijk werden we meegetrokken door een dronken oude man en kregen twee grote bier in de handen gedrukt. Voor ons was het alweer twee maanden dat we gedronken hadden, dus na twee bier zaten we lekker luchtig voor ons uit te staren. Een uur wat voetbalkennis blufpraat en we besloten door te lopen samen met de Amerikaan die we daar ontmoet hadden. We vonden de plek en bemachtigden goede zitplaatsen. Het was duidelijk dat hier voetbal gekeken ging worden. Alle toeristen van het eiland op één plek met bier en snacks. We bestelden beide een bacon sandwich, wat we ook al lang niet gegeten hadden vanwege het niet koosjer zijn van varkens.

Het was een machtige wedstrijd en met de Indonesische commentatoren werd de spanning maximaal opgevoerd. Sebas liep al een week rond in zijn Bayern München shirt en was samen met een Engelsman de enige die aan het eind van de wedstrijd luidkeels “Champion” mochten roepen. Op de terugweg trok de Amerikaans een houten pijpje uit zijn broekzak. Hier stopte hij wat wiet en zo waren we weer ongepland aan het blowen op straat. Hij vertelde ons over een zelfgemaakte bong van een colafles waarvan het kontje afgesneden was. Deze stop je dan in het water van het meer en je trekt hem langzaam omhoog met het pijpje erin zodat de lucht in de fles uit rook van wiet bestaat. Je haalt de dop eraf en duwt de fles in het water terwijl je in één teug alle rook inhaleert. Leuke techniek om een keer te proberen, maar met het risico een slok water erachteraan te krijgen, alleen voor deze ene keer. Zo hadden we Lake Toba goed afgesloten en werd het tijd om de Orang Utangs te spotten in de Jungles van Bukit Lawang. We vertrokken de volgende morgen via dezelfde boot en deze keer overhandigden we de motoren met meer vertrouwen aan de bootsjongen. Nog één blik op het prachtige meer en zo reden we de bergen in richting Medan.

To colonize or not to Colonize 12-05-2013

IMG_0610IMG_0527IMG_0588IMG_0649IMG_0623IMG_0758

Thuis ver van huis  [12-05-2013]   –   [21-05-2013]

Indonesië is een land dat al vanaf het begin van onze reis op de planning stond. Na wat geplande vertraging zijn we toch op ons reisschema terecht gekomen. Zoals zoveel landen waar we naartoe gaan hebben we niks voorbereid en nog niet echt een idee waar, hoelang of wat we daar gaan doen. Deze manier van reizen is ons het beste bevallen in de negen maanden ervoor, dus waarom zouden we het nu anders gaan ondernemen. Plannen zorgt alleen maar voor stres en deadlines waar je later spijt van gaat krijgen. Het enige dat we weten is dat we vanuit Bali naar Australië gaan om te werken en dat over ongeveer drie maanden vanaf het schrijven van dit stuk.

Sebas heeft het grootste gedeelte van het blog gemaakt van laatste acht maanden en nu gaat Mike weer wat proberen te typen vanuit zijn hangmat over de Indische Oceaan in Pulau Weh, Sumatra.

We zijn Indonesië binnengekomen door met de boot de overtocht te maken vanaf Melaka (Maleisië) naar Domai (Indonesië). Maleisië is een ver ontwikkeld Aziatisch land waar snelwegen, kaarsrechte gebouwen en Engels sprekend percentage hoog is. Nadat we in Thailand voor het eerst zo’n shock hadden meegemaakt (Beijing telde niet echt mee) zijn we van steeds armere landen, naar verder verwesterede landen gereisd. Met als toppunt Singapore waar je een boete van 200 euro krijgt als je kauwgom “uit je mond vliegt”.

De vertrekhal in Maleisië zag er schoon, wit en vriendelijk uit. De mensen wensten iedereen een goede reis en die hadden we ook. Na twee uur in de boot kwamen we aan in Domai, waar halfgezonken olietankers het water zwart kleurden en geen vis meer te zien was. We stroomden mee met de lokale bevolking naar de Douane. Hier werden we gelijk met twee andere blanken direct geholpen in plaats van wachten in de rij. Dit bleek echter niet een liefdadigheid te zijn zodra we in een klein muf hokje gezet werden en een man met meer glimmende Badges op zijn borst dan haren op zijn hoofd ons begon te ondervragen. Hij ging ons hele paspoort door en vroeg waar en wanneer we overal geweest waren. Thailand, Maleisië, Thailand, Maleisië en dan naar Indonesië zag er te verdacht uit. Nadat we onze hele reis hadden uitgelegd vroeg hij ons of we iets hadden om aan te geven. Ik zei dat ik een pakje sigaretten had en die ging hij eens goed bestuderen. De randjes waren afgescheurd om tipjes te maken voor pretsigaretten, maar we waren natuurlijk niet zo stom om iets mee te nemen. Na nog wat “koude maag” momenten die je maar eens persoonlijk moet vragen, mochten we eindelijk door. We kregen nog een mooie stempel met “Drug possession is punishable by death penalty” in ons paspoort en de toon was gezet.

Doordat we gelijk wat hadden om over te praten met onze nieuwe Franse vrienden besloten we met hun te reizen naar de eerste bestemming in Sumatra. Het zou Bukittinggi worden dat zo’n zestien uur rijden met de bus was. Na negen maanden reizen hadden we al behoorlijk wat bussen gehad en dit zou dan gewoon een iets langere rit worden. Het vinden van de bus kostte wat meer moeite, maar hij ging gelukkig wel eerder dan verwacht. Het was een oude bus, zonder airco, mini bankjes en overal rokende mensen om ons heen. De eerste uren gingen wat langzamer doordat mensen werden opgepikt en toen het donker begon te worden was de bus toch echt wel vol. Een gevulde bus betekend hier helaas wat anders en na tien andere stops werden we gedwongen naast elkaar te zitten op een bank net groot genoeg voor twee Aziatische billenparen.

De weg bestond uit vijftig meter optrekasfalt en dan tien meter om te remmen voor de gatenkaas die hier snelweg genoemd werd. Hele stukken waren weggeslagen waardoor we soms ineens een halve meter naar beneden knalden en dan weer terug omhoog. De kinderen langs de weg hadden als bijbaantje de vrachtwagens te vertellen hoe ze het beste langs de ergste stukken konden rijden. De vijf schreeuwende kinderen vertelde de buschauffeur met zaklantaarns langs de kant van de weg hoe andere trucks het hadden gedaan en kregen dan als het gelukt was een fooi. De dorpsgek zat ook nog achterin de bus in zijn slaap te schreeuwen en de pret van reizen was even verdwenen.

Zonder te slapen kwamen we aan bij zonsopgang in Bukittinggi ergens aan de rand van de stad. Mike die nog steeds aan de race zat vanwege een griep, zwoor gelijk nooit meer een bus te pakken in dit land. De moskeeën waren volop bezig met hun ochtendgebed, maar het was er niet eentje die vond dat hij de beste plek was om samen te komen bidden. Op elke hoek stond een speaker op volume 11 en het leek net of je naar tien telefoon gesprekken op speakerphone aan het luisteren was. Dit beschouwden we dan maar als gebruikelijk en vonden ons guesthouse na een uur wandelen over de lege straten.

Het hostel waar we naar zochten had een Duitse eigenaar met een Indonesische vrouw en een klein zoontje dat Indonesisch, Duits, Engels en het lokale taaltje sprak. Die dag ontmoette we een oudere vrouw die in de dierentuin werkte met een klein gibbon aapje met luier. Zij nodigde ons uit voor een avondmaaltijd en om Bukittinggi te laten zien. Die avond hebben we de meest lekkere vorm van steak gevonden die er bestaat. Randang; een twee dagen gestoofd stuk biefstuk dat heerlijk gekruid en mals is. Mimi, onze Indonesische moeder zoals ze zichzelf benoemd had stelde ons voor aan Len. Zij was een guide met een Nederlandse liefde en met haar hebben we heel Bukittinggi ontdekt.

Doordat we in Vietnam het motor rijden uitgevonden hadden waren we aan het grappen over een Indonesisch race avontuur. We vroegen wat rond en al snel bleken we overal motoren te kunnen kopen.  Ze waren prijziger dan in Vietnam, maar dan stonden we wel voor een echt monster. Na op vijf verschillende adressen gekeken te hebben kwamen we via een vriend die we op straat ontmoet hadden bij een mechanic die er een te koop aanbood. We stonden te wachten totdat de eigenaar er mee aan kwam rijden en waren gelijk verliefd. Het was een Honda Tiger 2000, 200cc uit 1996. Het geronk van de motor klonk beter dan de motor van Batman. Nu was alleen de vraag wie hem ging krijgen en al snel kwam steen-papier-schaar te woorden. Totdat de man zei dat er nog eentje aankwam, deze was alleen iets duurder. Het bleek de sportversie te zijn. Met de vlinders in de buik  besloten we dat dit het zou worden. Alleen moesten we nog even een rijbewijs regelen. Mike had alleen een Nederlands auto rijbewijs en Sebas was helaas één dag voor het vertrek van de reis gezakt voor zijn praktijk dus had helemaal geen papieren. Bij het politie bureau gevraagd of we er eentje konden kopen, maar deze zeiden dat we er geen nodig hadden zolang we maar een helm en papieren van de motor hadden. Als het hoofd van de politie dat zegt, zal het wel zo zijn.

De motoren kostte 8,5miljoen Rupiah (700Euro) en 13miljoen Rupiah (1050 Euro), dus dat betekende vier dagen maximaal pinnen. De ATM’s gaven maar 5 miljoen per dag uit en doordat Sebas zijn pas al 3 maanden niet meer werkt moest Mike vier dagen terugkomen. De stapel geld was hoger dan de tafel doordat de biljetten uit de ATM maximaal vier Euro (50.000Rupiah) waard waren.

Nu we motoren hadden konden we overal makkelijk naartoe en daar hebben we goed gebruik van gemaakt. Met Len zijn we naar Echo Valley gegaan met zeven watervallen van een 100+ meter waterdrop. Via de fourtyeight corners zijn we omhoog gereden om een legendarisch uitzicht over Lake Maninjo te vinden. Nadat Sebas had ondervonden dat het niet verstandig is om in de buitenbocht een truck in te halen en bijna te crashen besloten we die week te beginnen met de 7000km lange trip door Indonesië. Met de Duitse eigenaar van Raja Wali Guest House hebben we de kaarten bekeken en de beste bergpassen door Sumatra en Java uitgekozen. Hij had een zelfgemaakte kaart van Sumatra op de computer en vertelde ons dat dit de eerste GPS kaart van het eiland was. Vijftien jaar werk en dan stonden de meeste van de 10.000 rivieren er helemaal zelfgetekend in. We vertelden hem maar niet over Googlemaps, want de beste man had er zoveel werk aan gehad.

Voordat we vertrokken werden we echter uitgenodigd om bij twee bruiloften te kijken. De eerste bruiloft was een traditionele Moslim bruiloft waar we de beste hapjes voorgeschoteld kregen inclusief Randang. De trouwdag was ook de enige officiële mogelijkheid om de bruidssuite in het huis te bekijken waar ze die avond “voor het eerst” zichzelf aan elkaar zouden geven. Een bruiloft bestaat uit drie dagen feesten. De eerste voor de familie van de man, daarna die van de vrouw en als laatste het hele dorp. Van elf tot vier kan iedereen binnenlopen voor een stevige lunch en gaat na een uur weer weg. De bruid en bruidegom zitten de hele dag in de mooiste kleren op een troon en iedereen loopt langs om ze te feliciteren en een kleine donatie te geven. De tweede bruiloft was in het duurste hotel in het centrum van de stad. Dit was zijn tweede huwelijk en het moest eigenlijk alleen een show worden om te laten zien hoeveel geld hij had. Doordat er niet zoveel blanken door Sumatra reisden wilde iedereen met ons op de foto, dus er waren twee plekken waar foto’s werden geschoten. Het bruidspaar en dan stonden wij tien meter verderop met zes anderen onze eeuwige Indonesische glimlach te vereeuwigen.

De avond voor vertrek hebben onze vriendinnen ons nog uitgenodigd voor een avond karaoke. Na negen maanden Azië werd dit de eerste keer. Stom dronken voor de hele kroeg je hart uitlaten en uitgelachen te worden door je vrienden is hierbij niet gebruikelijk. Een karaoke bar bestaat uit tien geluidsdichte hokjes met tv en geluidsinstallatie waar je met vrienden privé kan zitten. Na twee uur zweten en ons best doen sloten we af met Ottis Redding: Sitting on the dock of the bay. Het eerste nummer dat op de CD stond van het huis in Amsterdam waar ik elke dag al douchend wakker mee werd.

De rit naar het noorden

Na een week Bukittinggi zijn we begonnen aan de tweedaagse rit naar Lake Toba. We vertrokken vroeg en al gauw was ik Sebas kwijt op de slingerwegen door de vallei. Zodra je elkaar kwijt bent op deze wegen kan er van alles gebeurd zijn. In het ravijn gedonderd, van de weg gedrukt, onderuit door grind op de weg of gewoon motorpech. Na vijf minuten terugrijden stond hij langs de weg zijn trui aan te trekken. Hij had een hele tijd achter me aan gereden met het stopsignaal (vuist in de lucht) omdat hij het koud had. Mijn backpack blokkeerde de spiegels, dus spraken we af dat als ik in de bocht zat hij moest communiceren aangezien ik het dan wel kon zien.

De eerste dag reden we al over de evenaar heen. We waren net ergens gestopt voor de lunch toen we honderd meter verderop het bord zagen met  “equator”. We hadden iets meer verwacht van de grote rode lijn over het midden van de aardbol, maar meer dan een verroeste brug en een bordje was het niet. Het rijden ging soepel en al vlot kwamen we er achter dat we de snelste op de weg waren. In Vietnam werden we weleens ingehaald door denderende vrachtwagens, maar hier kon zelfs de beste sportwagen ons niet bijhouden. De wegen hadden nog steeds veel gaten, maar deze waren goed te ontwijken met twee wielen. Koeien, kippen, honden en geiten waren iets lastiger en moest echt voor geremd worden. We kwamen aan in een stad die niet in de gids stond en vonden het enige hotel. De riolering liep over straat en op de markt werden de kippen geplukt naast de koeienkoppen. We ontmoette de enige Engels sprekende in de stad en mochten in zijn restaurant de lekkerste hap en shake uitkiezen voor gratis ( Indonesisch).

De tweede dag namen we één van de bergpassen die ons aangeraden was. Deze bleek in iets slechtere staat dan tien jaar ervoor en na honderd keer optrekken en afremmen kwamen we aan het einde. De gaten in de weg en grindpaden waren een kleinere last door alle zwaaiende kinderen in de dorpen. Groepen van honderd naar school lopende kinderen begroette ons in de kleine dorpen en we voelden ons de hele rit het Nederlands elftal door de grachten van Amsterdam. Het eerste stopteken van de politie liep ook anders dan verwacht en we kwamen er vanaf door een foto met de agent te nemen.

Met bijna twee dagen zonden brakedown vond Sebas’ motor het wel genoeg. Zijn ketting brak en we moesten op zoek naar een “monteur” (Indonesische taal). Gelukkig zijn deze nooit ver weg en deze keer kwam hij zelfs al aanlopen. Hier hebben we twee uur moeten wachten voor een reparatie van 10 minuten. De monteur moest naar het stadje verderop om een clipje te halen voor op de ketting. Met Sebas achterop zijn ze nog langs vrienden en familie gegaan om hen ook de blanke te laten zien. Drie koppen koffie later zat Mike nog steeds te wachten in de brandende zon. Hij had gelukkig een gitaar om tijd te doden en locals te vermaken met wat Nederlandse cultuur.

Door het oponthoud waren we bang dat we de ferry van vier uur niet meer zouden halen. Door onze rechter hand wat verder te buigen hoopten we de boot wel te redden. Aangekomen bleek dat deze niet meer twee keer per dag vertrok, zoals de gids van vijf jaar oud vertelde, maar gewoon elk uur tot zeven. De pont was echter een gewone boot zonder laadklep, dus we waren wel benieuwd hoe de motor er opgehesen werd. Een lange smalle lat waar de honderd kilo opgeduwd werd bleek geschikt. De man aan boord had genoeg ervaring en draaide de motor ook nog op de standaard rond zodat hij er makkelijk afgereden kon worden aan de overkant. We voeren twee uur over een prachtig meer met gigantische bergwanden eromheen. Lake Toba is zo’n 150 kilometer lang en op sommige plaatsen meer dan een kilometer diep. Het is ontstaan door een gigantische uitbarsting van een vulkaan die de hele regio deed schudden en de helft van Sumatra onder een meters dikke aslaag heeft bedekt. Hier was echter niks van te merken en op de boot raakten we al snel aan de praat met slaapplek eigenaren die ons van alles aanboden. Paddo’s en marihuana waren de topics die meteen naar voren kwamen. We vroegen ons af waarom ze nou precies ons daarover moesten inlichten….

Back in Malaysia 18-04-2013

 

aaaa DCIM100GOPRO IMG_0180 IMG_0239 IMG_0280 IMG_0348

Nederlandse vrienden   [18-04-2013]   –   [12-05-2013]

 

Toen de bus stopte in KL was het al erg laat of misschien moet ik zeggen het was nog veel te vroeg. We zouden namelijk om 5 uur ‘s morgens aankomen en dan kunnen we mooi voor de volgende dag inchecken bij Oasis. Maar nu kwamen we al om drie uur aan en werd ons plan gedwarsboomt. Maar omdat we al zo met het idee in ons hoofd zaten hebben we een andere en nog goedkopere oplossing gevonden. Mike had namelijk nog wel even zin in om acht uurtjes diablo te spelen en Sebas had honger en is daarna even voor een nacht wandeling gegaan. Wat een hoop zwervers liggen hier ‘s nachs op de grond, soms zelfs met zijn tienen bij elkaar. Zij zouden het op onze manier moeten doen, wij deelde namelijk een één persoonsbed om goedkoper uit te komen en gewoon omdat het kan. In de uurtjes wanneer Mike monsters aan het slachten was, was Sebas gaan slapen en wanneer Mike dan terug kwam ging Sebas rustig ontbijten en een film kijken in de woonkamer van Oasis. Op deze manier sliepen we voor 2 euro per persoon en hadden we beiden een gratis ontbijt. Zo werd dit één van onze goedkoopste verblijf plaatsen en konden we in deze grote stad mooi een aantal dingetjes regelen.

Sebas zit al een paar maanden met geld problemen, niet omdat zijn geld totaal op is en zelfs daarna kan hij nog altijd lenen. Maar zijn pin pas is om één of andere stomme reden geblokkeerd en het kostte hem al een maand om die nieuwe pas bij zijn ouders te krijgen. Het plan is om die pas naar Bali te sturen en dat Sebas hem dan daar ophaald. Tot die tijd leent Sebas geld bij Mike en maakt hij het geld dan over via internet bankieren. Maar zelfs het internetbankieren werd geblokkeerd. Om hem te deblokeren moest hij naar de Nederlandse ambassade in KL waar hij moest bewijzen dat hij echt in Maleisië zat. Toen dat allemaal opgelost was kon hij als het ware weer gebruik maken van internet bankieren maar net toen hij bericht kreeg uit Nederland dat alles geregeld was werd zijn mobiel gestolen waardoor hij zijn tan konden niet meer kan ontvangen. Nu is het wachten op de pinpas of misschien dat het kan met een nieuwe Indonesische sim kaart in een nieuw mobieltje.

Even een ode van mij aan de meneer van de Nederlandse ambassade omdat hij zo aardig en behulpzaam was. Ik had de dag ervoor al opgezocht wanneer de ambassade dicht zou gaan maar vergiste mij vervolgens in de afstand die ik moest afleggenen in de tijd die ik daar voor nodig had. Precies om twee uur (op sluitings tijd) kwam ik aangerend bij de Ambassade. De ambassadeur deed net de deur op slot en hij vertelde mij dat ze zelfs al twee uur dicht waren voor klanten. Maar nadat ik mijn hele verhaal had gedaan over hoe hard ik het nodig had en hoe ik naar de ambassade was gerent maakte hij een uitzondering. De deur weer open en ik mocht plaats nemen in de wacht ruimte, na 5 minuten was alles weer opgestart en zij de ambassadeur: “volgende klant graag”. Ik kon het heel erg waarderen dat hij dit allemaal voor mij deed en wou het hem zo makkelijk mogelijk maken. Maar toen hij mij aan het einde de prijs vertelde schrok ik, ik dacht dat het gratis was en rekende zeker niet op 104 RM (36 euro). “Meer dan 75 RM heb ik niet meneer” zei ik en ik legde mijn geld op de bali. Ik probeerde nog met euro’s of dollars bij te betalen maar dat kon niet, ik zat met de handen in mijn haar toen de ambassadeur ineens met een oplossing kwam. Hij schoof mijn 30 RM toe onder de toonbank en zij “nu heb je wel genoeg”. Ik kon hem wel in de armen vliegen maar er zat een raam tussen dus bleef het bij een goed dankwoord. Nu dit geregeld was kon de ambassadeur ook eindelijk naar huis en wachtte ik nog even op hem tot dat hij alle lichten weer uit had gedaan. Hij bleek ook uit Amsterdam te komen maar woonde nu al 6 jaar in KL, nog even een goede handdruk en we gingen beide weer onze eigen kant op. Maar wat een held, hij heeft mijn dag en al mijn financiele zaken gered, dank u wel meneer de ambassadeur.

De familie van Baarsen en de familie Altelaar zijn al jaren in goed contact met elkaar. Nu wordt er zelfs aan de andere kant van de wereld afgesproken. Daisy (dochter van de familie Altelaar) is al jaren aan het reizen, werken en aan het studeren in het buitenland en Sebas was met zijn 7 maanden voor haar eigenlijk pas net begonnen. Maar zij deelde dezelfde gevoelens en hadden inmiddels de zelfde ideeën over reizen bleek toen zij elkaar tegen kwamen in KL. Daisy was maar één dag in KL toen Sebas er net weer voor een klein weekje zat. Afgesproken bij de Reagae Masion en na allebei te laat aangekomen te zijn konden we gaan eten bij een Indisch restaurant. Het was erg leuk om iemand van je jeugd in Amsterdam te spreken en hebben het ook veel over reizen gehad. Nog even een fototje gemaakt bij de KLCC touwers en daar in het park gezeten om vervolgens na een lange avond allebei weer onze eigen kant op te gaan.

 

Terug bij af

 

Er waren nog een paar dagen over in onze paspoorts voordat we in Indonesië moesten zijn dus zouden we even dag zeggen in Bamboovillage. Omdat de tijd daar zo snel gaat werd dat even dag zeggen al gauw een goede twee weken chillen. Het voelde goed om terug te komen, Ramadan was blij met ons ook omdat we weer twee frisse werkers meegenomen hadden. Maar het leukste was nog om onze vrienden weer te zien. Sarb, Shaam, Steve, Nico, Heres en de Egyptenaren ze waren er allemaal weer. Maar daar bleef het niet bij, in Langkawi had Sebas met Reika in Bamboovillage afgesproken en zij had daar al mooi een tweepersoons kamer gereserveerd.

Het was weekend toen wij aankwamen en het was gezellig druk, er werd ook heel wat werk verricht. In één dag hadden we alle dakpannen van het huis gehaald en netjes opgeborgen. Maar na het weekend bleven er nog maar 8 over.Veel werk gebeurde er niet meer, Sharp en Mar hadden andere dingen te doen, Shaam kookt alleen maar, Steve werkt sowieso niet, Mike kon niet lopen door een wond aan zijn voet en Sebas had zijn handen al vol met Reika. Dominique (Nederlandse jongen die al vijf jaar weg was van huis) was de enige die echt wou werken maar na drie dagen gaf ook hij al op. Meer omdat het weer niet echt mee wou werkten. Zo rond een uurtje of één kwam iedereen zijn bed uit en als je dan rond drie uur eindelijk klaar bent om te beginnen begon het ineens heel hard te waaien. Dit voorspeld een tropische regenstorm, dus word je mooi gewaarschuwd, alle was naar binnen en helaas geen mogelijkheid tot werken meer die dag. Op één dag zaten we echt midden in het epicentrum van de storm en dat was net de dag van de verkiezingen. Omdat de goede partij gewonnen had (nu gaat er een weg aangelegd worden naar Bamboovillage) zouden wij het vieren met een heerlijke BBQ. Een aantal vrienden uitgenodigd en heel veel vlees ingeslagen, maar net toen we de BBQ aan hadden begon het weer te waaien. Toch zijn we doorgegaan en met een dakje boven het vuur en twee Maleisische meisjes die als gast heel goed geholpen hebben, hadden we toch een lekkere BBQ.

De storm was zelfs zo erg dat de stroom uitviel waardoor we in het donker moesten bakken, omdat dat best moeilijk was probeerde Sebas de stroom weer aan te krijgen. Normaal gesproken is dat geen probleem even een knopje om zetten en het hij doet het weer, maar dit keer ging het mis. Op blote voeten door de regen naar de stoppenkast en dan de knop omzetten, maar de stroom viel meteen weer uit. Dus besloot Sebas de knop even twee seconden vast te houden. Juist in die twee seconde werd het huis getroffen door bliksem, de straal ging zo door alle elektriciteit draden en iedereen die iets met elektriciteit aanraakte voelde een schok. Sebas had zelfs de stoppenkast vast en kreeg er behoorlijk van langs, één felle schok die in één keer door mijn hele lichaam heen ging. Het was maar heel kort maar ik sprong in de lucht en schreeuwde het uit. Toen Sebas terug kwam bij de groep wilde hij zijn verhaal vertellen, maar daar bleek Reika ook door de zelfde bliksem straal geraakt te zijn. Voor haar was het iets te veel en ze lag voor pampus op de grond en Sebas was de aangewezen persoon om haar te helpen. Gelukkig was ze weer bij bewustzijn en had ze gewoon even heel veel aandacht nodig. Dus heb ik haar van de grond af gehaald, afgedroogd en ben ik binnen met haar gaan zitten. Daar kon ik eindelijk vertellen dat we door de zelfde bliksem straal geraakt zijn en zo werd het uiteindelijk een mooi verhaal.

De organisatie in Bamboovillage was bij afwezigheid van ons in de afgelopen anderhalve maand een beetje verandert. Er was geen gezamenlijke eetpot meer en iedereen ging voor zichzelf naar de lokale supermarktjes. In plaats van drie warme maaltijden per dag was er nu gewoon helemaal niks eetbaars meer over als je ‘s morgens vroeg opstond. Daarom hebben we de foodpot weer gedeeltelijk op de rails gezet en kon Shaam weer voor ons koken, maar het was nog niet hetzelfde. Met 8 man krijg je nou eenmaal niet zo veel geld bij elkaar als met 30, het werd dus gewoon ‘s ochtends brood en één grote maaltijd die je dan zelf mocht opwarmen wanneer je honger had. Maar dit was niet het enige wat verandert was.

De bong was ook niet meer gedoogt. Ramadan wou hem niet meer zien en als hij hem zal zien zal hij hem weggooien. Deze uitspraak hadden wij niet gehoord omdat hij een week voor onze wederopkomst uitgesproken werd. Na gebruik hadden wij de bong daarom netjes op de verstopplek opgeborgen, net als vanouds. Deze plek is echter te zien als je in de keuken zit en daar zit ramadan ook wel eens. Op een dag zat hij daar met een aantal vrienden van hem wanneer hij ineens in zijn ooghoek de bong zag staan. Een beetje geirriteerd door de vertraging die hij opgelopen had in de afgelopen maand pakte hij de bong, brak hem in twee stukken en wierp hem ver in de jungle. We hebben hem nog proberen te zoeken maar het was tevergeefs, het is een echte junglebong geworden.

Zonder deze bong moest er naar andere oplossingen gezocht worden om van onze wiet af te komen. Eerst werden ineens een stuk meer jointjes gedraaid en Sebas is daar erg goed in geworden, maar het draaien van een echte Bamboo joint was nog te moeilijk. Voor de lokale manier van roken heb je helemaal geen vloei en tip nodig het enige wat zij gebruiken zijn gedroogde Bamboo bladeren. Eerst moet je de wiet en de tabaco goed mixen en in hele kleine stukjes knippen om daar vervolgens weer één geheel van te maken door middel van kneden. Zij maakte er als het waren een lange dikke worm van en legde die op hun al geprepareerde Bamboo blad neer. Dichtrollen en nog even aanduwen en dan was hij klaar voor gebruik. Maar de mooiste manier van roken die we daar gezien hebben was met de kokosnootbong die we ook zelf gemaakt hadden. Het was een kokosnoot die aan de bovenkant opengesneden was waardoor de helft van de melk er uit gelaten kon worden. Dan stak je er een speciaal soort takje in die van binnen helemaal hol was en op de top was een mooie ruimte om je wiet op te branden. Als je de wiet dan aan het branden was zoog je de THC zo door het takje door de kokosnootmelk via de top van de kokosnoot in je longen. Deze kwam best hard aan en toen er drie gasten waren die dit ook wel een keer wilden uitproberen speelde Sebas als een soort Jungle man. Hij prepareerde alle bong hits en gaf ze netjes door in een rondje, het was leuk om Jungle man te spelen maar na twee rondjes was de wiet op en was Sebas stoned.

Weer genoeg over al die wiet praatjes van ons, Bamboovillage was ook een prima plek voor Yoga. In de eerste ander halve maand had Greg al een keer een Yoga les gegeven maar in deze twee weken was Sebas de meest ervaren Yoga leraar die aanwezig was. Hij had tenslotte al vier keer Yoga gedaan op Langkawi en vond het ook leuk om te doen. Dus had hij een Yoga les opgezet voor een groepje van vier en deed gewoon alle oefeningen die hij wist. Het was een succes en mocht herhaalt worden, gewoon lekker een uurtje relaxte oefeningen doen daar word je heerlijk rustig van. Als ik terug in Nederland ben wil ik ook graag Yoga lessen gaan geven op mijn middelbare school maar dat bewaar ik voor als ik later groot ben.

Geoff en Nabila, waardoor we in aanraking kwamen met het acteerwerk in KL, runnen samen een uitzendbureau voor artiesten. Wanneer er blanke mensen ergens voor nodig zijn, zoeken zij die dan altijd in Bamboovillage. Zo hadden we al geacteerd als VOC soldaten en hebben ze ook een groot project voor een documentaire. Er was een vaag festival waar wij voor uitgenodigd waren. De enige informatie die wij kregen was dat het een cultureel festival was en dat ze daar een aantal blanke mensen wilden hebben rond lopen zodat het wat meer internationaal lijkt. We zouden gratis eten krijgen en het zal een paar uurtjes van je dag kosten. Wij vol goede moed maar een beetje onwetend naar dat festival, blijkt het een selectie dag te zijn voor de eerste wereld kampioenschappen voor straat artiesten. Helaas waren we een beetje te laat maar we hebben nog genoeg trommel geweld en mooie dansen kunnen zien. Het ergste was nog dat we na 15 minuten binnen en nog steeds erg onwetend, alla publiek geïnterviewd werden en de camera’s. Mike en ik wisten niet zo goed wat we moesten zeggen, maar we wisten ons nog wel te redden. Geoff, die wel wist waar het festival voor was, stal de show. Ook omdat hij Maleisië ’s kan spreken en een leuk grapje vertelde waar mijn sinaasappel op Koninginnedag verhaal en Mike zijn Amsterdamse straat artiesten verhaal bij in het niks vielen.

Over Koninginnedag gesproken, wij zaten in Bamboovillage toen Beatrixs het stokje over gaf aan Koning Willem Alexander de derde. Sebas had iedereen wijsgemaakt dat heel Nederland dan met een knal oranje sinaasappel rondliep om die dan aan het einde van de dag aan iemand te geven die dierbaar voor je is. Verder hebben we er een mooie dag van gemaakt en hebben we het in het oranje op de Bamboovillage manier gevierd. Dat geldt ook voor het kampioenschap van de beste club ter wereld. Zij werden dit jaar ondanks onze afwezigheid gewoon weer kampioen van Nederland. Eigenlijk overal in Zuid-Oost Azië  kun je op internet waardoor je nog makkelijk het sport nieuws kan volgen. Maar omdat het internet vaak niet zo snel is kun je moeilijk samenvattingen downloaden. Daarom stuurde Joost (broertje van Sebas) zo af en toe een goed en uitgebreid voetbalverslag over hoe er eigenlijk gespeeld word. Want aan alleen statistieken heb je toch niet genoeg om echt te weten wie nou de beste club is en wie er wel of niet goed speelt. Maar aan het einde van het seizoen is het toch weer Ajax met de beste cijfers en het beste spel en dat kon ook weer goed gevierd worden.

We hebben weer een paar goede avonden bij jungle man gehad, zo hadden we de verjaardag van Mar, de reuze joint van Sarp, maar één was helemaal bijzonder. Deze avond kwamen Mike en Sebas met zijn tweeën op visite bij jungle man. Het was voor Mike weer de eerste keer in twee maanden en hij was ook net ziek geweest. Toen we bij jungle man aankwamen zat hij daar met twee andere vrienden waarvan er één al aan het slapen was. De bong ging daar altijd al snel rond maar zo met zijn vieren ging het helemaal hard. Na een half uur zaten we al in ronde zeven toen het even teveel voor Mike werd, waardoor we besloten om daar de nacht door te brengen. Jungle man maakte een mooi bedje voor Mike klaar en Sebas kon gewoon op de bank gaan liggen. Het lag er prima zo midden in de jungle in een tent gemaakt van een paar stokken met een zeil er over heen. Toen Mike al lag te slapen stond jungle man ineens geschrokken op. Bleek dat er een twee meter grote slang door de tent heen gleed. Jungle man zei dat hij niet giftig was en ving hem met zijn blote handen. Eenmaal gevangen durfde Sebas hem ook wel aan te raken en bij bleek erg glibberig te zijn, had zichzelf waarschijnlijk net getrakteerd op een lekker visje uit de visvijver van jungle man. Daarom en ook om ons gerust te stellen bracht jungle man de slang ver de jungle in, na 15 min kwam hij weer terug en zei dat we ons nergens meer druk over hoefde te maken.

Waker worden bij Jungle man was weer een geheel andere ervaring, eest nog wel even een bong hit maar daarna moest er gewoon gewerkt worden. Jungle man’s vissen voeren en wij even de hond (Tony) uit laten. Leuk was dat na twee maanden, Mike nog steeds herkend werd door Tony waardoor hij meteen goed luisterde naar ons. Eigenlijk mocht hij niet los maar een klein stukje kon geen kwaad vonden wij dus lieten wij hem van baasje naar baasje lopen. Weer fris kwamen we aan in Bamboovillage waar ze ook net een slang gevonden hadden. Deze was misschien nog wel groter dan die bij jungle man en nu was hij een gevaar voor de kuikentjes die daar de hele dag achter hun moeder aan huppelen. Manzoe (de werker van Bamboovillage) had zijn eigen manier voor het verdrijven van slangen. Hij pakte een grote stok en viel de slag gewoon aan, na duizend keer slaan vond Manzoe het nog niet genoeg en snee hij nog zijn kop af. Dit is ook een manier om van je probleem af te komen, maar dan vind ik persoonlijk toch de manier van jungle man veel fijner.

Al een paar maanden lopen wij rond met het idee om iets in Sebas zijn baard te maken, vlechtjes en elastiekjes waren al geprobeerd maar nu moesten er toch echt kralen in. Het leek Sebas wel leuk om die kralen dan zelf te maken en om er ook Bamboo in te verwerken als souvenir uit de Village. Door het spinnen van een ijzerdraadje om een oude spijker kreeg je zo een mooie zelfgemaakte kraal. De Bamboo kralen kwamen gewoon van een jong takje af en waren moeilijk heel te houden bij het zagen maar uiteindelijk hadden we er wel een paar. Bamboo is mooi hol van binnen maar toch duurde het meer dan een uur voordat Reika een plukje van mijn baart er door heen had. Uiteindelijk heeft Sarp met een mooie constructie er voor gezorgd dat de kralen er voorlopig ook niet meer uit vallen. Met de overige kralen hebben Sebas en Reika nog een armbandje gemaakt en na twee maanden Bamboovillage en met zijn Bamboo wandel stok er bij was Sebas echt bamboo man geworden.

 

Uitjes

 

Na 8 maanden reizen en van rotsen springen ging ik schoonspringen op een echte duikplank toch wel missen. Daarom maar natuurlijk ook uit nieuwsgierigheid ging ik opzoek naar een Maleisië’s schoonspring vereniging. Via Cecile en Edwin Jongejans kwam ik al gauw aan het nummer van de Maleisië’s schoonspring bond. Maar zo goed als Maleisië is, was net het hele nationale team in Europa voor de prijzen aan het strijden op de Wereld Cup. Daarom werd ik door de bond doorverwezen naar een lokale schoonspring vereniging in KL. Toen ik die opbelde wisten ze niet meteen wat ze met mij aan moesten maar ik mocht wel langs komen. Die dinsdag zouden ze trainen van 3 tot 7 en ik zorgde dat ik op tijd was voor de warming up. Allemaal jonge springers van 6 tot 14 jaar stonden daar al klaar in hun zwembroek en na een beetje stretchen mochten ze meteen het water in. Ik had gevraagd of ik gewoon mee kon trainen met de twee oudste jongens om zo in levende lijve te ondervinden hoe zij trainen. De jongens spraken goed Engels en zij konden mij alles vertellen over hoe en hoe vaak zij trainen. Zij trainen 6 dagen per week en daarvan 4 uur per dag water, behalve dan op donderdag en zaterdag want dan waren de eerste twee uurtjes voor de gym. Op de dag dat ik er was hadden ze net een belangrijke wedstrijd gehad dus was het tijd voor een relaxte basis training. Eerst moesten zij vier verschillende valduiken tien keer doen van de toren en daarna hadden ze drie uur om alle zweefduikjes (4 verschillende richtingen in de gehurkte en gehoekte houding) te trainen. De opdracht was om 5 keer achter een volgend een 8 of hoger te halen en dan pas mochten zij door naar de volgende sprong. Dit was een onmogelijke missie voor mij dus ik heb alles gewoon 5 keer voor meer dan een 4 gesprongen en daarna nog een beetje voor mijn zelf getraind.

Na één keer had ik er nog niet genoeg van dus besloot ik de volgende week weer terug te komen. Nu was er een iets ouder en nog beter jongetje bij, maar ondanks al die perfectie in de techniek die goed te zien was in de basis sprongen hadden zij toch een simpel wedstrijd programma. Zo deed de nummer twee van Maleisië in de leeftijdsgroep B op de 3 meter niet moeilijkere sprongen dan een twee en een half voorover gehoekt en een anderhalve salto met dubbele schroef. Daarom kon ik ze toch inponeren met mijn sprongen, ze waren dan wel niet zo mooi maar indrukwekkend waren ze nog wel voor de jochies. Twee en een halve salto met hele schroeg was nog steeds mijn eigen favoriet maar de contra salto van die tien was bij de jonge springers toch het meest in trek. Zij mochten namelijk nog niet eens duiken van de hoogte dus laat staan een salto van uit rennen, dat hadden zij nog nooit gezien. Het was erg leuk om weer eens echt te trainen en ik heb er veel geleerd, ik hoop dat ik nog in veel andere landen een kijkje in de schoonspring kuil kan nemen en dat ik daarna die kennis weer in Nederland kan gaan gebruiken.

Vanuit Kuala Lumpur is het maar 8 uur rijden naar Singapore. Omdat we toch al bezig waren met het sparen van stempels in ons paspoort moest die van Singapore er dan ook bij. Het is alleen wel allemaal heel duur daar dus het plan was om niet te slapen en dan in de ochtend weer terug te gaan. De goedkoopste slaap plaatsen die je daar kunt vinden zijn 18 euro per persoon terwijl in de rest van Azië ons slaap budget 5 euro geweest is. 8 uur ‘s morgens kwamen we in Singapore aan en toen hadden we dus tot de volgende ochtend 6 uur de tijd om de stad te verkennen. Op zoek naar een kaart werden we gewoon de goede kant op gewezen en na een half uur lopen kwamen we al in Marina Bay aan (Het Singapore wat je ziet op Google). Een 200 meter hoog reuzen rat trok als eerste onze aandacht en zag er al erg luxueus uit maar toen we daarna verder liepen bleek alles groot en lux te zijn. Iedereen loopt er in mooie kleren, allemaal mooie en grote gebouwen om je heen en er ligt daar geen vuiltje op de grond.

Na een paar mooie foto’s bij het meer wilden wij het ook wel eens van boven bekijken. Marina Bay Sands het grootste hotel van Singapore met dat schip op het dak leek ons een prima plek voor een bovenaanzicht. Gewoon naar binnen gelopen en de lift in samen met iemand die wel een hotel pasje had, vervolgens op het bovenste knopje gedrukt en daar stonden we dan op het dak. Een gigantisch dakterras met aan één kant uitzicht op zee en aan de andere kant kon je genieten van al die mooie grote gebouwen. In het midden van het dakterras hadden zij een grote infinitypool geplaatst maar dat ging helaas een stapje te ver voor ons. Na twee keer proberen hebben we dat maar opgegeven en zijn we weer naar beneden gegaan. Achter het hotel is een grote bloementuin aangelegd vol met informatie borden over hoe het leven is ontstaan. Ook hadden zij daar grote watertorens waar het water verwarmt werd door de zon. Wij zijn ook nog even naar de vlindertuin gegaan.

Singapore eiland is ongeveer net zo groot als Flevoland, maar de echte binnen stad is maar twee km breed. Het was leuk om daar doorheen te lopen omringt door allemaal hoge gebouwen en als je ver genoeg doorloopt kom je zo bij de havens uit. Al die grote schepen die daar in- en uitgeladen werden door immens hoge hijskranen, het was er net Rotterdam. Na het rondje door de stad vonden wij het wel weer eens tijd om een museum uit te proberen, in de Lonly Planet hadden we gelezen dat er twee goede musea waren waar je van af 6 uur gratis naar binnen kon. Wij netjes gewacht tot het 6 uur was en toen konden we naar binnen, het eerste museum over Singapore was niks aan, maar voor die over zuid – oost Azië was een uur niet genoeg. Het ging precies over alle landen waar wij net geweest waren en ook nog goede informatie over Singapore. Erg leerzaam, maar wij hadden haast om de lichtshow bij het meer te zien. Het was de mooiste licht show zonder vuur werk die we ooit gezien hadden en je kunt hem daar nog twee keer per dag bewonderen ook. Daar hadden we dan wel de tijd voor, even relexen in het Marina Bay Sands hotel, ergens op een lekkere stoel op verdieping 43 en daarna weer naar de show. Met lichten werden er allemaal dingen geprojecteerd op een spuitende fontein en met allemaal grote lichtstralen er om heen gaf dit een indrukwekkend resultaat. Maar het vetste was nog met de zeepbellen, duizenden zeepbellen om je heen en allemaal rennende kinderen die ze kapot proberen te slaan. Dit was een prachtig gezicht omdat de bellen allemaal mooi van kleur veranderden vanwege de verschillende soorten lampen.

Na de tweede show vonden we het eigenlijk wel weer genoeg geweest en besloten we weer terug te gaan naar Bamboovillage. Met de in Singapore nieuw gekochte camera nog even wat nacht foto’s maken en we waren weer klaar voor de busrit. Het is grappig maar Singapore is een hele dure stad zeker vergeleken met de rest van Azië, maar toch hebben we daar de goedkoopste deal gevonden voor onze nieuwe Canon. Het leek wel of iedereen besloten had om met de laatste bus naar huis te gaan want het zat vol op het station. Toch konden we makkelijk nog een bus ticket krijgen en waren we na een lekkere Singaporiaanse curry weer onder weg naar huis. Terug in KL besloot Mike direct terug te gaan naar BB village. Sebas bleef nog even hangen voor een gratis ontbijt en omdat Reika daar toevallig ook was.

Na twee weken Bamboovillage moesten we toch weer afscheid gaan nemen en nu waarschijnlijk voor een langere poos. Dit was een pijnlijk afscheid en dat kwam niet alleen maar omdat wij zo een geweldige tijd gehad hebben daar. Maar vooral omdat wij niet mee konden met het volgende project van Geoff en Nabila. Sharp, Mar, Shaam, Steef, Phil en zelfs Reika mochten zich zelf gelukkig noemen want zij hadden voor de komende maand een baan als presentator voor een Maleisische documentaire. Voor deze documentaire moeten zij een aantal tropische eilanden tussen Maleisië en Borneo verkennen. Het zal niet alleen maar op de eilanden gefilmd worden, maar er moet ook nog gedoken worden. Best wel jaloers hebben we onze vrienden toch netjes uitgezwaaid toen ze begonnen met het grote avontuur. Daarna was het leeg in Bamboovillage. Wij zijn twee dagen later vertrokken naar Malaka.

Uiteindelijk zijn we maar één avond en ochtend in Malaka geweest, een prachtig stadje met veel Portugese en Nederlandse invloeden. Die avond zijn we met de taxi door de hele stad gereden omdat de chauffeur ons aanbevolen hostel niet kon vinden, maar zo hadden we de stad dus wel goed gezien. Uiteindelijk maar een ander hostel gekozen en nog even over het marktje gelopen. Het enige wat we de volgende ochtend nog wilden zien voor vertrek was het Nederlandse plein. Een grote klokke toren in het midden, twee molentjes en een bloemen tuin, dit alles werd omringt met gebouwen die in oud Hollandse stijl gebouwd waren. Veel tijd om terug aan Nederland te denken hadden we niet want er moest een bood gehaald te worden. Maar het halen was niet het moeilijkste, het betalen bleek veel ingewikkelder te zijn. Mike zijn pinpas deed het namelijk niet in de pin automaten van Malaka en Sebas heeft zijn pinpas nog steeds in NL liggen. De enige oplossing die we konden bedenken was het inwisselen van Amerikaanse dollars, maar ze namen alleen briefjes van 50 of groter aan dus dat lukte ook niet. Even bang dat we daar vast zouden komen te zitten bedachten we ons dat we nog veel Singapore dollars over hadden vanwegen de nieuwe camera. Voor onze Singapore dollars kregen we net genoeg terug voor twee pont tickets en een appel die we dan maar moesten delen. Hier hadden we maar wat geluk mee want onze al eerder aangevraagde visum van Indonesië zou een dag later vervallen.

Three times the charm 04-04-13

DSC02832 DSC02874 DSC05778 DSC05873 IMG_1042 IMG_1046

[04-04-13]   –   [18-04-13]

Logeren bij Rachid

Een half jaar geleden kwamen wij voor het eerst aan in Thailand, na een week Bangkok zeiden we tegen elkaar, dit land nooit meer en vervolgens probeerden we zo snel mogelijk in Laos te komen. Dit is een te snelle uitspraak gebleken, want Thailand heeft echt van alles te bieden. Bangkok en het Noorden hadden we al gezien, ook duiken op Ko Tao en feesten op Koh Pangan waren afgevinkt op onze bucketlist. Maar dan waren we toch nog een gedeelte vergeten, de Westkust moest nog door ons ontdekt worden.

In Ao Nang hebben we afgesproken met Rachid om daar bij hem en zijn Thaise vriendin een paar dagen te logeren. Zo van Lun zijn huis naar dat van Pla en omdat we toch al in een goedkope mindset bezig waren probeerden wij daar ook liftend te komen. Met de pond naar Thailand en daar beginnen met liften, maar je merkt het meteen. Thailand is geen Maleisië. Niemand spreek goed Engels, iedereen wil geld aan je verdienen en ze lichten je op waar je bij staat. Toch zijn er ook aardige mensen in dit land, twee jonge jongens in een koelwagen stopten al gauw voor ons. Zij wilden ons graag naar de stad brengen, maar toen ze eindelijk begrepen waar wij heen wilden realiseerde ze zich dat ze helemaal geen ruimte hadden in hun auto en dat de rit in min twintig toch iets te koud was voor twee jongens. De Thaise mannen bedankt voor de moeite en toch maar gewoon achterin bij een pickuptruck die ons afzette bij de dichtstbijzijnde stad. Waar we na een uur lang proberen toch maar naar het advies van de enige Engels sprekende vrouw van de stad hebben geluisterd. Liften was volgens haar niet te doen maar de lokale bus was ook heel goedkoop. Voor 5 euro zijn we toen het hele stuk naar Krabi gebracht waar we ontvangen werden door een grote oplichter.

De bus stopte en hij hielp heel lief met het uitladen van onze tassen waarna hij begon met een mooi informatief praatje over het vervoer in Krabi en omstreken. Het kwam er op neer dat er maar één manier was om in Ao Nang te komen, namelijk met een taxi voor maar 5 euro. Aan het einde van zijn verhaal vroegen wij hem waar we dan een taxi konden vinden, zegt hij dat is toevallig ik ben een taxi chauffeur. Wij hadden er al niet zo een vertrouwen in en gingen op zoek naar iets anders, toen we een met een mooie overdekte pickuptruck mee mochten voor 1 euro. We dachten dat we daar maar geluk mee hadden want die “aardige” meneer had ons om 17.30 verteld dat de bussen maar tot 5 uur reden. Toen we in deze overdekte pickuptruck zaten werd ons verteld dat dit de bussen van Krabi waren en dat ze tot 1 uur ‘s nachts door reden. Dit bedoel ik met oplichting en als gevorderd reiziger moet je hier dus nog steeds voor uitkijken, maar gelukkig zijn wij niet zo naïef meer.

Het was al laat toen wij bij Rachid en Pla aankwamen, maar we waren nog van harte welkom. We werden meteen verwent met lekkere stukjes mango en een loempia en konden daar in de woonkamer prima op onze matrasjes slapen. Bij Lun hadden we een grote TV maar die van Pla was ook niet mis en nu konden we zelf de laptop aansluiten, dus konden we alles kijken. Daar hebben we goed gebruik van gemaakt; films, sport en zelfs een heel seizoen van Game of Thrones. Voor ons voelde het hetzelfde of we nou in Langkawi bij Lun op de bank zaten of in Ao Nang bij Pla, maar toch was er één groot verschil. Pla had namelijk een extreem gevoelige neus en hield haar huis heel mooi schoon. Dus moesten wij ook ineens heel netjes doen, twee keer per dag douchen, geregeld nieuwe kleren aan en constant alles opruimen. Het was even wennen, maar ook hier hebben wij ons prima vermaakt en zijn wij Pla en Rachid heel dankbaar dat we daar vier nachten konden slapen.

Er was niet heel veel te doen in Ao Nang, er waren een aantal stranden makkelijk bereikbaar, een aantal marktjes en’ s avonds kon je er stappen.  Aan de rand van één van de stranden hier woont een grote apenfamilie die iedere dag gevoerd wordt door de honderden toeristen.  Als je bij de apen in hun territorium komt staan, lopen ze naar je toe, eerst voorzichtig inspecteren of er iets te halen valt en daarna klimmen ze zo je schouder op. De aapjes pakken je hand vast en aan je vingers trekken ze zich om hoog om vervolgens de luizen uit je haar te eten die ze net één seconde daarvoor aan je hebben overgegeven. Na één dag op een strand gezeten te hebben waar ze om de vijf minuten vragen of je nu wel een massage wil, zijn we de volgende dag naar een strand gegaan waar de lokale inwoners heen gaan. Daar werden we tenminste met rust gelaten door de verkopers al stonden ze hier nog wel naar ons te kijken. Hier was je namelijk weer bijzonder als je blank was. Na zo een dagje strand gingen we altijd naar de markt om boodschappen te doen voor die avond. Zo veel lekkere dingen daar op die markt dus een simpele normale maaltijd was geen optie. Die avond hadden we mango, kippenvleugels, verschillende koekjes en cake, popcorn, mini ananasjes en een slushpupie van watermeloenen.

Een maand geleden nam Kirsten ineens contact op met Sebas voor wat reistips. Maar omdat Sebas er niet zo van houdt om alles maar op te schrijven besloten we af te spreken met Kirsten in Ao Nang. Zodat we haar dan alles kunnen vertellen over het reizen door Zuid-Oost Azië. Het was erg leuk om iemand van thuis te ontmoeten aan de andere kant van de wereld, zo kon zij mooi vertellen hoe het met iedereen ging in Nederland. Kirsten was echt net begonnen, nog helemaal wit en aan het vervellen, ze wist nog wat ze de aankomende maanden ging doen en had alles goed gepland, was nog heel erg alert op diefstal en wou alles nog zien. Helemaal niet slecht voor ons om even met haar te reizen, zo waren wij ook weer even een nieuwe reizigers. Maar het was ook goed voor haar, ze ging al heel snel vooruit naar een gevorderde backpacker. Zo goedkoop mogelijk eten en slapen en ze wilde zelfs proberen om met ze drieën in een twee persoonskamer te gaan om geld te besparen. Wat wij ook een heel goed idee vonden, maar het plan werd helaas niet zo goed uitgevoerd. Na 10 minuten werd ze er al weer uitgegooid en moest ze terug naar haar eigen dorm.

Rachid was er de eerste paar dagen ook nog bij toen we begonnen te reizen met Kirsten. Met zijn vieren lekker naar het strand en uit eten waar we voor één euro een heerlijke rijstmaaltijd kregen. In Ao Nang  kon je leuk stappen, er waren een aantal live bandjes en één goede dansvloer. Het was leuk om met Kirsten en Rachid te dansen, want ze hebben beide een bijzondere favoriete dansmove. Kirsten hield er van om afwisselend met haar schouders ritmisch naar voren te gaan en er zo een leuke dans van te maken. Rachid zijn favoriete move was een stuk passiever. Hij ging gewoon tegen een paal staan met zijn armen over elkaar en zo kon hij goed om zich heen kijken. De muziek daar was weer lekker populair dus gewoon mee zingen en de grapevine maar weer uitproberen.

Er was alleen nog één ding wat we miste hier en dat was een mooi hotel met zwembad, fitnessruimte, handdoeken, ligbedjes ect. We hadden allemaal grote praatjes gehouden tegen Kirsten over het inbreken bij luxe hotels dus moest zij dat ook maar even uit proberen en hoe. Ze had twee Engelse meiden ontmoet in Ko Toa en die waren nu toevallig in Ao Nang. Het was hun laatste week en ze wouden er nog even goed van genieten dus het duurste hotel in de buurt gezocht en toen ons uitgenodigd. Goede vrienden had Kirsten dus al gemaakt, een mooi groot zwembad waar je vanaf je balkonnetjes zo in kon duiken, gratis water en een fitnessruimte. Daar zijn we mooi twee dagen heen gegaan om aan onze 6pak competition te werken en natuurlijk te genieten van de luxe daar. De mensen die daar werken zijn zo aardig dat ze je niet eens durfden te vragen of je daar wel een kamer hebt, dus hoef je ook mooi niet te liegen. Kirsten is er zelfs nog geweest voor een ontbijtje maar dat hoefde voor ons niet want Pla maakte al de lekkerste ontbijtjes voor ons klaar.

Hier kwamen we voor terug

De reden waarom we terug gingen naar Thailand was voor meer spanning en avondtuur en voor een goed feestje, nou dat was er genoeg in Tonsai en Koh Phi Phi. Het was al donker toen we met de houten boot op Tonsai aankwamen, voor twee euro zijn we daar dwars door de golfen heengebracht. Het was alweer een tijd geleden dat we voor een goed hostel moesten zoeken, dus duurde het even maar uiteindelijk hadden we een prima bamboe hut in de jungle. Tonsai is echt het klimmers Meca van Thailand, het strand is namelijk omringt door hoge kliffen om op te klimmen. Het dorpje zit vol met goede klimmers die daar zo allemaal een maand blijven hangen. Als je er overdag met de boot naartoe vaart kun je dat goed begrijpen als je die grote baai al van ver af kan zien en hoe dichter bij je komt hoe hoger de kliffen worden, het is een plek om in te lijsten. Tonsai is door al die kliffen zelfs helemaal afgesloten van het vaste land en dat maakt Marihuana ineens legaal. Sorry maar als je het daar overal kan halen en mag oproken dan hoort het er gewoon bij. Dus ook wij weer een zakje gekocht maar ons dit keer niet laten verleiden om dan vervolgens ook niets meer te doen.

Wij hebben op Tonsai van alles gedaan, met de kano  naar de omliggende strandjes gevaren, aapjes kijken, op het strand gezeten, biertjes drinken in de verschillende barretjes en nog veel meer. Er waren barretjes genoeg en om je te onderscheiden van de rest moest je zorgen dat je vuurshow goed was. Daarom hadden ze daar een behoorlijk aanbod, we hebben daar dubbele tot vier dubbelen vuurstokken gezien en zelfs een vuurspuwer die hele kleine vuurballetjes kon controleren. Het hoogtepunt was toch de vuur show die op een slackline  uitgevoerd werd. Die slackline hadden we die dag daarvoor ook al uitgeprobeerd, maar om er dan een vuurshow met vier stokken op te geven is een level dat wij nooit zouden halen. De dag daarvoor is Sebas er zelfs nog van door zijn broek gescheurd, hij had zijn harumbroek aan en toen hij met beiden benen aan een andere kant van het touw af gleed zat hij zo met ze blote tokus op de slackline.

Bij het baretje waar we onze wiet gehaald hadden zijn we toen uitgenodigd om te komen springen in een ropeswing. Eerst dachten we dat we in het water zouden landen maar later bleek dat dit een ander soort ropeswing was. Met een harnas aan en bevestigt aan de touwen moest je 15 meter omhoog klimmen op een wankele touwladder. Eenmaal moe bovengekomen moet je weer naar beneden, een 7 meter vrije val om vervolgens in de touwen te landen die de klap opvangt door een grote schommel beweging. Het was weer een bijzondere ervaring en wij zijn er beiden twee keer op verschillende manieren van afgesprongen. Maar dit was niet bijzonder genoeg voor onze Russische met in het gezicht tatoeages bedekte instructeur, hij wou ons laten springen aan haken. Dat was niets voor ons, maar gelukkig was er ook een gekke Australiër bij die dat wel eens wilde proberen. Na twee keer afgehaakt te hebben geloofde Sebas er niet meer in en had hij betere dingen te doen.

Mike wilde het meest extreme wat hij ooit live zou zien niet missen en bleef voor de echte sprong. De Australiër (Ian) zou twee haken door zijn rug gepierced krijgen die zijn val moesten opvangen. Hij had gelukkig nog wel een beveiligingslijn, maar die ving geen kracht op bij de echte val. We hadden de avond ervoor nog naar de zelfgemaakte filmpjes van de Rus gekeken hoe hij in een koeltoren van 150 meter hoog een drop maakte met zes haken in zijn rug. Uiteraard hadden we honderden verschillende vragen en die konden met filmmateriaal mooi worden beantwoord. De huid zou ongeveer 20 centimeter oprekken, maar daarna gewoon terugkomen. De lucht zou er worden uitgeperst en dan bleef er maar een klein puntje over als litteken. Er waren pas 19 mensen in de wereld die zo’n sprong hadden uitgevoerd en er was pas één keer een haak afgescheurd. En dit was bij de bedenker en pionier van de sport, meneer de Rus zelf gebeurd. Hij had er een klein litteken van overgehouden, maar hij had nog een andere piercing die zijn hele gewicht gehouden had.
Van het piercen werd Mike niet helemaal lekker aangezien hij met zijn neus erboven stond en alles moest filmen. Ian werd daarna 1 minuut aan haken opgehangen om hem te laten voelen wat voor pijn het zou doen. Daarna was hij klaar voor de sprong. Klom met haken in de rug 20 meter omhoog en stond even te twijfelen, maar was binnen twee minuten overtuigd en sprong. Mike was nog nooit zo zenuwachtig geweest voor iemand anders. Als er iets mis zou gaan was het gedaan met Ian, maar de professionaliteit van onze Rus gaf meer vertrouwen dan twijfel. Na de sprong moest Mike de touwen laten vieren en die zaten nog eens lekker in de knoop waardoor Ian nog iets langer van zijn uitgerekte huid kon genieten. Eenmaal geland bleef de adrenaline nog 8 uur lang stromen bij Ian en het was echt bijzonder zoiets meegemaakt te hebben.

Zelf ben ik die dag iets anders gaan doen, waar ik zeker geen spijt van gekregen hebt, het werd zelfs één van mijn beste dagen. Die avond daarvoor had ik met Mees en Vera afgesproken om het befaamde deepwater solo klimmen uit te proberen. Bij deze manier van klimmen heb je geen touwen nodig, omdat je met een bootje naar rotsen gebracht wordt die boven het diepe water uit hangen. Voor mij natuurlijk het uitgelezen moment om mijn hoogte record van 10 meter te verbeteren. In de ochtend werden we naar een oefenstuk gebracht waar je niet hoger dan 8 meter kon klimmen, maar waar wel bijna iedereen gewoon boven kon komen. Dus na al die succes ervaringen waren we na de lunch wel klaar voor het echte werk. Op dit stuk rots was geen 4 meer te vinden de makkelijkste klim route was een 5c en dan kon je niet eens echt hoog komen. Dit was dus iets meer voor de gevorderde klimmers, maar toen ik na de makkelijkste klim van 12 meter af was gesprongen met een baranie, wilde ik natuurlijk meer. Na wat tips van één van de gevorderde klimmers was ik er klaar voor hoor, een 6b tot 20 meter hoogte dat was het doel. Het was totaal anders dan het kimmen op een muur, want ik was nu een lange stalactiet aan het beklimmen. Hij hing drie meter boven het water dus ik moest eerst mijzelf omhoog werken aan een touw die in het water hing. Eenmaal op de rots kon het echte klimmen beginnen, met mijn armen om de stalactiet heen ging ik stapje voor stapje omhoog en nam ik regelmatig een pauze op een half stabiel stuk. Als ik daar weg zal glijden is het een behoorlijke ongecontroleerde val, dus besloot ik vlak voor het einde geen risico meer te nemen en gewoon te springen. Alle camera’s klaar en daar stond ik dan op 18 meter hoogte te denken welke sprong ik hier vanaf wilde maken. Ik ga natuurlijk niet nog een keer dat hele stuk naar boven klimmen en daar was de tijd ook helemaal niet voor. Omdat ik maar één kans had heb ik maar gekozen voor een contra salto’s (veilig en toch nog spectaculair).

Na die sprong dacht Mees ook al dat hij gewoon van 12 meter af kon springen, maar helaas lande hij een beetje op zijn borst en kreeg hij ademhalingsproblemen. Ik sprong er meteen achteraan en bracht hem naar de boot, na een paar minuten was alles wel weer oké maar was het wel even genoeg voor hem geweest. Vera had meer geluk, als beginnend klimmer kwam ze heel wat rotsen op en was ze ook niet bang om te springen, leuke meid dus. Toen we terug kwamen waren we allemaal wel toe aan een goede douche, om daarna even lekker uit te rusten met een biertje. Wij hadden die ochtend al uitgecheckt, omdat we die avond terug naar Ao Nang zouden gaan, gelukkig was Vera zo vrij en kon ik haar douche wel even gebruiken. Toen we daarna de boot terug gemist hadden en we er ook geen 30 euro voor wilden betalen, kon ik ook mooi bij haar blijven slapen. Mike is die avond nog even naar de bar geweest van de Rus met de tatoo’s op het gezicht en ook die Australiër zat er weer, nog vol met adrenaline had hij nu toch wel een beetje pijn maar verder ging het goed. Toen de bar dicht ging mocht Mike bij die Rus blijven slapen in zijn super luxe bungalow, waar hij nog een lekkere stonede avond gehad heeft.

Op Sancra vieren allen Thaien het begin van hun nieuwe jaar, son kracht noemen zij dat.  Dat doen ze in Thailand op een geheel eigen manier met water en verf. Net op die dag kwamen wij aan in Ko Phi Phi, het was daar één groot feest. De straten stonden er vol met mensen met water pistolen, hele emmers en verschillende kleuren verf. Met de backpack op de rug moesten wij er snel doorheen zien te komen om een droge hotelkamer te vinden. Maar daarna konden wij ook meedoen en het was paybacktime. Gewapend met waterpistool en flessen water gingen wij de strijd aan met locols en andere backpackers. Kledernat kwamen wij daar toen Kirsten weer tegen en konden wij haar mooi een lekkere natte knuffel geven. Snel wat met ze allen gegeten en dan de straten weer in om er daar achter te komen dat het feest zich richting het strand heeft verplaatst. Op het strand waren er twee populaire strandtenten met harde muziek en een dans vloer die tot in de zee doorloopt. Daar stonden we dan te dansen en inmiddels knetter dronken nog steeds aan het spelen met onze water pistolen. Op deze manier voel je je echt weer even kind, als je met een beetje water zo veel lol kan maken.

Son kracht was helaas maar één dag, maar het feest in Ko Phi Phi was nog lang niet voor bij, het was er namelijk altijd feest. Op het eiland kun je maar één dorpje vinden en alles wat er in dat dorp gebeurd, gebeurd daar voor de toeristen. Zo kan je er met bootjes naar omliggende eilanden en stranden varen, inclusief het strand van de film The Beach. Op het eiland zelf zat het vol met met hotel’s. guest houses, duikscholen, restaurants, winkels en barretjes. Wij gingen er overdag altijd lekker naar het strand of naar het zwembad van een random duur hotel. ‘S avonds iets goedkoop eten en dan met een bucket in de hand op het strand dansen tot in de late uurtjes.

Om weer een uitdaging te hebben zijn wij in Ko Phi Phi een hamburger challenge aangegaan. Als je binnen 30 minuten je humburger menu op had, was je menu helemaal gratis, maar als het niet lukt betaal je 500 bath (12.5 euro). Wij vol vertrouwen daar gaan zitten en nog even flink opgeschept over hoeveel wij altijd eten. Zakte de moed wel even in de schoenen toen we de maaltijd voor geschoteld kregen. 800 gram vlees hadden ze gezegd maar niet dat dat betekende dat je dan een drie dubbele hemburger krijgt met drie grote gebakken aardappelen en net zo veel vete uien ringen. Het was een goede maaltijd, allebei het buikje vol en de aanbevolen wekelijkse hoeveelheid vlees hadden we ook meteen naar binnen. Maar helaas hebben we de challenge niet gehaald, de left overs waren zelfs nog genoeg om de monden van onze vrouwelijke fans te vullen. Dit is door ons falen de duurste maaltijd in heel Zuid-Oost Azië geworden en was het ook nog eens niet goed voor Mike zijn gezondheid en Sebas zijn ego. Voorlopig dus even geen eetwedstrijden meer om weer helemaal te herstellen van deze klap.

Omdat de hostels hier allemaal zo duur waren hebben we geprobeerd om Kirsten ook in onze twee persoonskamer te krijgen. Maar door onze slechte voorbereidingen mislukte ook dit hopeloos en kon Kisten na een half uur weer terug naar haar eigen hostel. Wat wel een heel leuk hostel was omdat iedereen zo met elkaar was daar. Dit hostel bestond uit twee kamers met 16 bedden en deze waren bijna altijd volgeboekt. Dit was daarom de beste plek van het eiland om voor te drinken en er daarna op uit te gaan met een grote gezellige groep. Er waren daar weer een hoop Nederlanders maar nog veel meer Engelsen dus ging alles toch nog in het Engels en bleef het één groep. Op onze laatste avond zijn we met de echte harde peters van de dorm ook nog naar de Highbar geweest waar het roddelen kon beginnen hoor. Over wie er allemaal met wie naar bed is gegaan en hoe vies dat dan wel niet allemaal is. Wanneer er die nacht ook nog één van de roddel slachtoffers bij kwam zitten werd er niet meer over haar gesproken maar roddelde ze nu gewoon net zo hard mee. Omdat roddelen dan toch wel iets vrouwelijks is hadden de mannen daar hele andere problemen. Al die gasten die toch de hele avond al gezellig met ons aan het dansen waren lagen er nu ineens voor pampus bij. Eén van de jongens moest helemaal naar huis getild worden door drie van zijn vrienden en weer een ander viel gewoon van het terras twee meter naar beneden, maar voelde die avond niks ervan. Het was daarom de volgende ochtend ook een pijnlijk afscheid toen we Kirsten en haar vrienden achter moesten laten om ook Phuket te kunnen zien.

Phuket is ook een eiland maar wel een stuk groter dan Ko Phi Phi, we wisten niet helemaal waar we heen moesten maar Phuket centrum leek ons wel een goed idee. Eénmaal daar aangekomen bleek dat net als in Krabi er niks te doen is in het centrum, maar dat je eigenlijk bij de stranden moest zijn. Helaas hadden wij hier te weinig tijd voor op ons visum en moesten we ons dan maar een dag vermaken in het centrum. Het wel een heel mooi stadje met een hoop aardige mensen die ons wilden helpen met van alles en nog wat.

Op een avond liepen we over straat op zoek naar een goede deal voor de weg naar Kuala Lumpur en er stopte een man in een mooie Pickup truck voor ons. Hij vroeg ons waar we naartoe gingen en bood ons een lift aan naar Kuala Lumpur. We waren natuurlijk meteen overtuigd van de goede bedoelingen en raakte aan de praat. Hij wilde een keer op de foto en bood ons aan naar een restaurant te gaan om wat te drinken en eten. Hij vertelde dat we ook bij hem in zijn hotel kamer konden slapen, want hij had genoeg ruimte en vond het zonde van ons geld. Nadat Sebas een gratis t-Shirt aannam begon het een beetje raar te worden. Hij wilde zo graag dat we met hem wat gingen drinken, want hij was alleen. Wij verzonnen een smoesje dat we met mensen hadden afgesproken, want we hadden al door dat er iets anders aan de hand was. We namen afscheid nadat Sebas zijn FB gegeven had en vluchten een winkelcentrum in. Na 5 minuten tijd doden liepen we verder op straat toen we bij een kruising opeens weer een toeter hoorde. De man zei tegen Sebas dat hij het erg gaaf vond al die schoonspring foto’s te zien en gaf ons nog een paar complimentjes. Hij vroeg of we een stelletje waren en nodigde ons nogmaals uit. Na beide tien complimenten te hebben ontvangen vonden we het wel genoeg en toen kwam de vraag die op het puntje van zijn tong lag. “I’m so lonely, I’m looking for two guys I can have some fun with. Not sex, just, you know….” Wij bedankten hem vriendelijk, maar hij hield niet op. Hij had ons bijna geld aangeboden. Na het weglopen zijn we hem nog twee keer rijdend voorbij zien komen en snel winkels ingesprongen. We zullen het maar beschouwen als compliment.

In Phuket zaten we in een luxes backpackers hostel met een mooie frisse dorm en schone douches en wc’s. Het internet was daar erg goed en ze hadden zelfs de Nederlandse competitie op tv, waar ik mooi de hele wedstrijd PSV – Ajax kon kijken. Het was een herhaling dus ik wist al dat het 2-3 zal worden maar het was nog steeds mooi om ze eindelijk weer eens te kunnen zien spelen. Verder hebben we in Phuket een aantal goedkope kleren gekocht omdat het nu toch echt de laatste keer Thailand is. Een mooie harum broek voor  Sebas en een nieuwe tanktops voor Mike en dan konden we weer richting Bamboo Village.

On the Island 02-03-13

aaaaaa DSCF0488 DSCF0497 IMG_0455

IMG_0481

[02-03-13]  –  [04-04-13]

Op weg naar Langkawi

Zonder Sarb, Tia en de Amerikanen werd het al rustig in Bamboo Village, maar toen ook wij besloten om te vertrekken werd het daar wel heel saai. Daarom gingen Torben, Katie en Phil ook maar met ons mee en besloten wij om naar een belasting vrij eiland te gaan om daar de bamboo Village sferen door te zetten. Maar omdat het vertrekken nooit zo snel ging duurde het nu ook een aantal dagen voordat we deze lange reis gemaakt hadden. Eerst moest Phil nog even flink feesten in KL en Torben moest weggesleurd worden bij zijn porchparty (porch party: de hele nacht bier drinken op de stoep van de cheap beer placa om met random mensen in gesprek te raken) en Mike uit de game hal (Diablo 3) en de bus reis kon beginnen.

Penang is een echte havenstad, een groot eiland omringd met aanleg plaatsen voor boten in alle maten. Maar Penang staat ook bekend om het goede eten, dat hebben we dan ook flink uitgeprobeerd. Naast ons hostel zat een chinees eet tentje waar je heerlijk kon eten, maar als je nog een stukje verder door liep was er een straat met wel honderd verschillende kraampjes waar je allemaal kleine gerechten kon uitproberen. Saté, patai, vis soep, garnalen en lekkere fruit shakes maar gek genoeg was de Old Treffort burger tent bij ons het meest in trek. Voor één euro kreeg je hier een goed gevulde grote hamburger en je kon er zelfs burgers met konijnen vlees bestellen. Deze hebben we helaas niet kunnen uitproberen, want het konijnenvlees was op.

Vroeger was Penang alleen maar met een pont bereikbaar maar in 2005 hebben ze een 1,5 kilometer lange brug naar het eiland gebouwd. Het is de langste brug van Maleisie en het was mooi om daar over heen te reiden maar verder is er weining te zien op dit eiland. Het strand was wel goed te doen, maar de zee is een beetje vies. Toen we bij de havens een groot gebouw zagen met een glijbaan op het dak vonden we het leuk om dat van dichter bij te bekijken. Eenmaal aan gekomen bij de haven bleek het een groot cruise schip te zijn en was het te moeilijk om naar binnen te sneaken.

Met zoveel boten in de buurt was het wel de uitgelezen plek om spullen naar huis te sturen. Na een half jaar met een te zware backpack een veel te veel luxe rond gelopen te hebben, hebben we ieder 10 kilo naar huis gestuurd. We begonnen onze reis met drie paar schoenen één voor stappen, één voor fitnissen en rennen en één voor al die onbegaanbare paden die we tegen zouden komen. Drie verschillende lange broeken omdat het in Mongolië en Rusland namelijk best koud zou zijn. 15 T-shirts en genoeg schone ondergoed voor drie weken want je weet maar nooit hoelang het duurt voor dat je de was kan doen. Ook hadden we allemaal “handige” survival dingen mee en zaten onze tassen natuurlijk vol met souvenirs. Maar alles is hier veel te goed geregeld voor backpackers en alles wat je niet hebt kun je hier heel goedkoop kopen, dus meer dan de helft kon naar huis. Mike loopt nu zelfs al een maand rond op bloten voeten en heeft nog maar één zwembroek, een tanktop en een T-shirt. Al die luxe is echt niet nodig en in mijn volgende reis neem ik alleen nog maar mijn kleine rugzak mee.

Ome Lun’s gastvrijheid

Na alweer een week vertraging gingen we toch eindelijk naar Langkawi, Torben achtergelaten maar wel met Locky (een locale jongen uit Bamboo Village die nooit stil kon zitten) er weer bij zijn we opzoek gegaan naar de goedkoopste manier om naar het eiland te gaan. Eerst met de gratis bus richting de pont die ons weer naar het vaste land bracht, deze was overigens ook gratis. Daar met een lokale busmaatschappij die ons voor 2 euro naar Para Palies bracht waar we voor 5 euro op de pont naar Langkawi konden. Het duurste was nog de taxi naar het dorpje waar we afgesproken hadden met Shaam (kok van Bamboo Village), maar die 18 euro konden we gelukkig delen met zijn vieren. Shaam eindelijk gevonden gaf hij ons meteen een rondleiding door het hele dorp, met de backpack op de rug werden we aan iedereen voorstellen. Het enige wat wij wilden was zo snel mogelijk onze bagage ergens droppen en dan verkennen.

Eindelijk bij het huis aan gekomen ontmoeten we ook de huiseigenaar en tevens vriend van Shaam en hebben we een mooi aanbod gekregen om daar een maand te verblijven. Wij mochten wel een maandje bij hem inwonen als wij dan de huur en elektriciteit kosten zouden betalen. Dat kwam neer op 50 euro per persoon en dan konden we mooi een maand in een huisje wonen met airco, grote tv en keuken. De huisbaas Lun was een super aardige man van 50 jaar oud die maar wat blij was met wat gezelschap in zijn huis. Hij liet ons het eiland zien en hij kookte vaak voor ons, vooral zijn spaghetti bolognese was in trek. De eerste twee weken hebben we hier gewoon op de grond geslapen in het midden van de woonkamer. We lagen heerlijk op onze matjes voor de tv en in slaap vallen was geen probleem, maar we waren toch wel blij met een kamer met airco en een bed toen we op het helft van verblijf konden ruilen met Katie en Locky. Katie moest zelfs naar huis vanwege een ernstig zieke moeder die nu gelukkig goed aan het herstellen is.

Lun’s oude restaurant ging sluiten en had twee weken de tijd tussen zijn andere baan. Hij kon ons alles vertellen over de cultuur van Langkawi en over het boeddhisme. Om onze honger dan te stillen gingen wij vaak naar Tomato, een Indisch restaurant waar ze heerlijke roti canai hebben voor maar 20 cent per stuk. Als je dan ook nog je eigen fles water mee neemt uit de waterfilter machine van Lun was je hier helemaal goedkoop uit.

Aangezien we hier een maand zouden zitten zijn we op zoek gegaan naar een baan, achter de bar of in een winkel maar overal had je een werkvisum nodig. Alleen Locky heeft een baan kunnen vinden maar hij was dan ook gewoon een maleisische jongen. Hij werkte op het strand als waterscooter verhuurder en hij mocht ook af en toe als gids op de eilanden tour. Omdat Locky onze vriend was gingen wij daar ook bijna elke dag naar het strand, beetje in de schaduw liggen en kijken hoe hard Locky aan het werk was of met de frisbee van Phil overgooien. Phil heeft op hoog niveau frisbeegolf gedaan en heeft dan ook een goede frisbee bij zich. Vanaf honderd meter afstand kon hij hem precies in je handen gooien, als je de frisbee van zo ver af al aan kan zien komen kan je hem op veel verschillende manieren vangen. Phil heeft ons goed leren gooien en we kunnen nu ook een frisbee achter de rug of tussen de bennen gooien en vangen, Sebas kon hem zelfs in een handstand of in een zweef koprol vangen.

Als de zon dan druk bezig was om zich achter de horizon te verstoppen, kwamen de locals op het strand. Een groepje van 10 mannen kwam dan elke dag een goed potje Beach volleybal spellen en wij hebben een aantal keer mee gedaan. Mannetjes die twee koppen kleiner dan ons waren smashden de ballen zo langs onze oren. Ze waren dan wel ietsje beter dan ons maar we konden prima mee komen door onze lengte. Ik heb er veel geleerd, ze werden boos als ik hem niet in drieën speelde en over het net heen dunken mocht ook al niet, maar aan het einde van de maand hield ik me keurig aan de regels en had ik ook een behoorlijke smash in huis. Het was leuk om zo met de locals om te gaan en het was altijd gezellig om na de wedstrijd nog even met ze te zitten.

Om ons ongezonde leven van de afgelopen maanden een beetje goed te maken zijn we hier heel gezond gaan leven. We probeerden minder te blowen en ook stonden we elke ochtend op met een yoga sessie en gingen we daarna naar het zwembad van het hotel hiernaast om wat baantjes te trekken. Dan sloten we onze ochtend af met een wandeling naar de fruit- en groente groothandel om onze lunch te halen.

‘S avonds dan nog even wat oefeningen doen, volleyballen of dansen en dan hadden we onze beweging wel weer gehad. Dit deden we niet geheel voor niets, over twee maanden hebben we namelijk het meet punt voor de sixpack competition en we willen natuurlijk alle drie het krat bier winnen als we straks op Bali zijn.

Ondank het overschot aan Zweedse vrouwen was het stappen hier helemaal niet zo leuk. Voor tweeën zat iedereen in Babilon, een leuke strand tent waar je voor 1,5 euro een biertje kon halen maar daar werd nooit gedanst. Wij zaten daarom ook op het strand ervoor waar we de zelfde muziek konden luisteren maar gewoon koude biertjes bij de supermarkt daarnaast konden halen voor maar 40 euro cent. Rond één uur ging iedereen naar de Sunbar of naar One Love waar dan wel goed gedanst werd. Dan begon de avond pas echt, helaas was dit vaak al te laat voor ons en waren we moe van al dat sporten overdag maar toch was er twee keer per week reden voor een feestje.

De Zweedse vrouwen hier vielen vies tegen, als ze naast een Maleisische staan hebben ze echt dikke billen en is dat ook niet leuk meer. Dus hebben we nog steeds geen Zweedse op onze nationaliteitenlijst staan. Dat is overiggens met heel veel westerse vrouwen op reis, ze zijn vaak iets mollig. Maar het scoren van meisjes is dan ook niet de eerste reden waarom we gaan stappen, het moet gewoon een leuke avond worden. De eerste dag stappen was daarom misschien nog wel het leukst, wij op zoek naar een drukke tent waar we kunnen dansen, belanden we in Eagle Rock. Een echt Aziatische discotheek met duur alcohol en allemaal tafeltjes en stoeltjes om met je eigen groepje omheen te zitten. Een dansvloer was er niet echt en we werden maar raar aangekeken als we een paar van onze dans moves uitprobeerden. Daar weer snel weggelopen en toen vonden we One Love, de leukste stap plek van het eiland. Het was er niet heel druk maar de muziek was goed en wij hadden genoeg gedronken om zelf een leuk feestje te maken. De ruimte op de dansvloer was meer dan welkom en na verloop van tijd hadden we iedereen de tent uitgedanst. Toen de DJ er mee wou stoppen hebben we nog één nummertje aan gevraagd, Epic van Sandro Silva omdat die lekker lang is en ons een goed gevoel van thuis geeft. Daarna helemaal naar huis gelopen en van alles mee genomen, helaas zijn we al onze schatten wel weer vergeten toen we de Macdonalds zaten en het ontbijt menu in de aanbieding was.

Het hebben van een Thais vriendinnetje hoord er toch een beetje bij als je in Azië bent, Mike had Sisi, Phil had Tia, Katie had Lockie en Rachid woonde zelfs samen met zijn Thaise meid. Dus moest Sebas er ook maar aan geloven, toen hij een half Australische en half Thaise meid ontmoette vond hij dat ook wel tellen. Voor een weekje hebben zij gedate en hadden zij de kamer opgeëist, een leuke en mooie meid hoor alleen jammer dat ze de hele tijd awesome zei. Al was het wel awesome om in de nacht met haar op het strand en in de zee met licht gevend plankton te spelen. Helaas moesten we het land uit vanwege een verlopen visum en moesten Sebas en Reika al weer afscheid van elkaar nemen. Toch is het leuk van die korte relaties, je probeert de hele tijd super leuk voor elkaar te zijn en voor dat dat moeilijk wordt moet je al weer afscheid nemen.

Vanaf het strand bij Langkawi was een mooi eiland te zien dat er nog helemaal onbewoond uitzag. Bij volle maan was de stand van het water bij eb zo laag dat je er zelfs naartoe kon lopen met het water tot de heup. Na wat voorbereidingen besloten we met drie man en één vrouw de volgende dag met laagwater naar het eiland te gaan. Doordat Locky’s jetski bedrijf ook een speedboot had konden we zelfs daarin gebracht worden zodat de overtocht niet eens met de voet hoefde te gebeuren. Eenmaal aangekomen begonnen we gelijk hout te verzamelen voor het kampvuur en om onze avondmaal te maken. Phill had vis van de markt gehaald en begon deze als een echt chef in aluminiumfolie klaar te maken. Het duurde meer dan twee uur om de rijst te koken en doordat we geen deksel hadden verloren we een hoop stoom en moest er telkens water bijgegooid worden. Na drie uur hongerig naar het eten te staren hebben we heerlijk gesmuld en was het tijd voor een drankspel rond het kampvuur. De fles wisky voor vijf euro was snel leeg en toen was het tijd voor staren naar de sterrenhemel.

De volgende ochtend werden we met droge mond wakker en gingen we op zoek naar de waterflessen. We bleken zoveel water voor de rijst te hebben gebruikt dat we nu voor vier man nog maar één fles overhadden. Nou lijkt dat niet weinig, maar met 35 graden, nergens echte overdekking en nog 7 uur te gaan voordat het water laag genoeg is om terug te lopen werd het toch redelijk spannend. Was twee kilometer terugzwemmen een optie? Of moesten we gewoon rantsoeneren? Het laatste gedaan en iedereen had misschien een half bekertje water om de dag door te komen. Het lijkt mogelijk, maar als je weet dat je de komende zeven uur in de hete zon moet zitten krijg je alleen maar meer dorst. Wonder boven wonder stopte er een vissersboot, Mike is er naartoe gelopen en heeft geprobeerd te vragen of we een lift konden krijgen. Hij kwam terug met het idee dat het niet gelukt was.

De boot vertrok weer van het eiland, maar kwam langs het strand richting onze beschutting. Ze zwaaide en we wisten dat we gered waren. Snel alle spullen ingeladen en de boot in geklommen. Het was een familie van drie die altijd op hun vissersboot woonden en alleen aan land kwamen om wat vis te verkopen. We konden veel van ze leren: op de boot waren ze rijst op een klein vuurtje aan het stoken dat alle warmte vasthield. Dit tegenover ons twee meter brede kampvuur waar we de pot rijst een beetje naast hadden gezet. We hebben ze bedankt door onze overgebleven viscurry te geven en een klein beetje geld. Het was een prachtig gevoel om aan te komen op het strand waar de luxe resorts alle bedjes voor hun toeristen hadden klaargelegd en wij alleen maar op waren naar koud vers water. Nog nooit waren we zo blij om een waterijsje te halen en de les; Neem genoeg water mee naar een onbewoond eiland was geleerd.

De tweede keer gingen we maar met zijn tweeën en drie flessen water de man zodat we wel genoeg vocht hadden om het eiland te ontdekken. Het was het ook geen volle maan meer, het water tijdens de eb was een stuk hoger en met een behoorlijke zijstroming was het moeilijk lopen. Er moest zelfs een stukje gezwommen worden waardoor al onze spullen nat werden. Ondank het gebruik van een drybags zijn de mobiel en camera van Mike daar wel stuk gegaan wegens te veel water in het apparaat. Shit happens en toen alles te drogen lag zijn we toch maar begonnen aan het overleven in de wildernis. Eerst hebben we het eiland eens goed door zocht, er waren weinig dieren en om nou een zeearend te vangen of een toekan omdat wij honger hebben vonden we ook niet nodig. Maar gelukkig was het eiland omringt met een zee vol vis, allebei een eigen hengel gemaakt en een aantal mooie visjes gevangen die we later hebben klaar gemaakt op ons vuur.

Vlak voor het slapen gaan nog even goed veel hout op het vuur tegen de muggen, maar helaas mocht dat niet helpen. Muggenspul vergeten en honderden muggen in de tent, we konden wel blijven slaan. De muggen waren niet de enige die ons wakker hielden. Overal rond onze slaapplek hoorden we geritsel. Het bleken honderden heremiet kreeften te zijn die hun tocht naar de zee maakten. Na drie uur besloten we maar op het strand te slapen waar we die ochtend wakker gemaakt werden door de opkomende zee. Een lekkere frisse ochtendduik en naakt rondlopen het voelde echt als óns eiland. We hebben nog geprobeerd om een bijen nest naar beneden te gooien voor de honing maar helaas bleken het wespen te zijn en hadden ze ons niets te bieden. Toch een beetje hongerig hadden we besloten om bij de eerste eb weer naar Luns huis te gaan.

Om het eiland Langkawi beter te leren hebben we twee keer scooters gehuurd waarmee we op één dag over het hele eiland konden rijden. Het mooiste stukje rijden was nog het stuk de berg op waarna je op 800 meter over het hele eiland heen kon kijken. Dit was een mooie plek voor een papieren vliegtuig wedstrijd, zelfs de man van de security deed mee. Phil won glansrijk maar omdat Mike hem in het zwembad gooide moesten wij hem daar natuurlijk ook even uit halen. Het water in het zwembad leek wel 0 graden, wel verfrissend maar eigenlijk iets te koud. Vlak voordat we onderkoeld raakten kwam er iemand van het hotel om ons te vertellen dat dat helemaal geen openbaar zwembad was dus moesten we vertrekken. Verder zijn we met de scooters naar twee watervallen gegaan en hebben we wat andere strandjes bekeken.

Eens in de twee jaar is er een groot vliegtuigen show op Langkawi en gelukkig als wij waren was dat precies in onze maand. Drie dagen lang naar oefenende piloten gekeken voor dat we dan echt naar de show gingen met Lun. De show begon met kleine stunt vliegtuigen die in formatie allemaal mooie loopingen maakte. Toen de twee stunt teams weer geland waren was het de beurt aan de straal jagers. Het maakte een enorm kabaal als ze overkwamen vliegen waar de gemiddelde bass box no wat van kan leren. Knap wat die piloten allemaal met zo een zwaar stuk ijzer kunnen doen, van supersonisch snel naar bijna stilhangen en het maakt niks uit of ze nou recht, op hun zij of zelfs op de kop vliegen. Maar wat wij persoonlijk het indrukwekkendste vonden was toen er een Boeing 747 op 50 meter boven de grond over vloog begeleid door 5 straaljagers, één aan de voorkant en vier er omheen.

Toen we echt alles gezien hadden op Langkawi was het tijd om te vertrekken, twee dagen voor de afsluit datum van ons visum zijn we Maleisie uitgegaan. Van te voren stond dit hele land niet eens op de planning en de alcohol is er veel te duur, maar toch hebben we daar nu bijna de helft van onze reis gezeten. Het was een soort vakantie in het reizen en we zijn er nu weer helemaal klaar voor om veel nieuwe dingen te zien en weer een hoop mooie avonturen mee te maken.

Now we have time 08-01-13

IMG_0232 IMG_0238 IMG_0281 IMG_0288 IMG_0338 IMG_0354 IMGP3668

 

[08-01-13]   –   [02-03-13]

Tijd voor rust

De avond na de operatie zijn we richting Kuala Lumpur, de hoofdstad van Maleisië gegaan. Eerst in een relaxte slaapboot en daarna met twee verschillende busjes. Dit zou een lange reis worden. Doordat Sebas een flinke wond in zijn been had kon hij niet zo snel lopen. Toen we aankwamen in Thailand moesten we achter de buschauffeur lopen naar de het busstation. Deze hield geen rekening met het tempo waarmee wij liepen. Sebas strompelde achter Mike aan, terwijl Mike met beide backpacks de weglopende chauffeur probeerde bij te houden met in het achterhoofd Sebas. Uiteindelijk liep de gids drie keer een straat in en waren we hem kwijt. We stonden nu midden in een stad met opkomende zon en verdwaald. We hebben geprobeerd met een taxi het busstation te vinden, maar deze kon ons ook niet de goede richting op helpen. Uiteindelijk zijn we terug gegaan naar de wachtplaats en konden gebracht worden. De bus was helaas al vertrokken, dus moesten we een uur wachten. Doordat we die bus gemist hadden liepen alle connecties daarna ook rommelig en hebben we twee keer zo lang over een al lange rit gedaan.

De hoofdattracties van Maleisië zijn de voormalige hoogste torens ter wereld, de KLCC torens (de Aziatische Twin Towers), Maleisië is er erg trots op en laat ze overal zien. Ze staan op het briefgeld, je ziet ze bij elke tv serie en je kan ze overal als modelltje of op T-shirts kopen.  Wij zijn er daarom ook twee keer heen geweest om naar de film te gaan, Rotiboy te eten (een door Mike’s neefje aangeraden tent, waar ze warme, zoete bolletjes gevuld met boter verkopen), naar de fontein te kijken en om natuurlijk wat foto’s te maken. In Kuala Lumpur (vanaf nu gewoon KL) is voor de rest niet zo veel te doen, dus we hebben daar  vooral veel films gekeken en gekaart in Oasis Guest House. Maar dat was eigenlijk wel goed omdat Sebas moest herstellen en bijna elke dag naar de dokter moest. In Oasis lag een folder over vrijwilligerswerk in de jungle, dat een Duitse vriendin ons aanraadde. We besloten eerst naar de binnenlanden van Maleisië te gaan en daarna te werken.

Om Sebas zijn been nog meer rust te geven zijn we naar de Cameron Highlands gegaan. Daar is het wat cooler en kun je met een aangename temperatuur (niet warmer dan 20 graden) lekker niks doen. Wij kregen hier wel weer echt een beetje het wintersport gevoel, doordat alles een Duitse bouwstijl heeft en het landschap veel reliëf vertoont. Alleen missen we dan de sneeuw en ons snowboard. We zijn wel gewoon door de bergen gelopen, we gingen met een tour mee maar wij waren de enige twee die terug wilden lopen door de jungle. Dus moesten wij zelf het pad uitzoeken. Het was even moeilijk maar eenmaal het begin gevonden, lukte het wel. Omdat je maar met zijn tweeën door de jungle loopt zie je ook iets meer dieren. Zo hebben we daar een mooie slingeraap gezien, waarschijnlijk een Gibbon. Die dag zijn we ook bij de thee- en aardbeienplantages geweest en hebben we de top van een berg beklommen. Daar hadden ze een apart stuk jungle boven op de bergrug groeien, met een hoop soorten mossen en vleesetende planten. De mossen vangen de waterdampen op van de wolken die over de berg heen geduwd worden en daardoor is het hier heel erg nattig ondanks dat het er nooit regent.

In de Cameron Highlands hebben we twee lekkere Indische restaurants  gevonden waar we elke ochtend en avond roti hebben gegeten. Ondanks alle lokale lekkernijen was er ook een fastfood restaurant. Hier zouden we normaal nooit eten, maar Mike had een leuke weddenschap met Sebas afgeslopen. Als Sebas 10 chicken burgen kon opeten binnen een uur zou Mike ze allemaal betalen. Uiteindelijk heeft Sebas zich helemaal misselijk gegeten, maar wel een gratis maaltijd gescoord.

Toen we terug kwamen in KL zijn we weer naar Oasis Guest House gegaan en de helft van de mensen waren daar toen ook nog steeds. Het lijkt wel of sommige gasten nooit weggan uit Oasis en of ze daar permanent wonen. Er was een Nigeriaans-Frans meisje (Fiona) dat de week ervoor ook al elke dag tv zat te kijken die waarschijnlijk weg zou gaan. Deze zat er echter nog steeds toen we terugkwamen. Doordat alcohol in Maleisië niet te betalen is hadden wij al twee weken niet gedronken. De avond dat we terugkwamen konden we toch de aantrekkingskracht van alcohol niet weerstaan en hebben we drankspelletjes gespeeld. We leerden een Noorse jongen kennen (Marco) waarmee we uiteindelijk richting het vrijwilligers werk in de jungle zijn gegaan.

 

Bamboo Village

 

Na al die maanden niks doen, voelden we ons echt zwak en nutteloos, dus besloten we vrijwilligerswerk te gaan doen. Samen met Marco zijn wij naar Bamboo Village gegaan om echt te gaan werken, maar dat werken bleek toch anders in elkaar te zitten. Toen we aankwamen zat een grote groep in een mooi van bamboe gemaakt huisje te kaarten. Ze waren aan het Shithead’en, wat later het spel bleek te zijn van die plek. Ondertussen ging er een bong rond. Dit was geen normale bong, maar een prachtig van bamboe gemaakte bong. Wij hadden nog nooit uit zoiets gerookt en zoals dat gaat in Bamboovillage werd deze gelijk aan ons aangeboden. Na hoestend onze eerste bong te hebben gerookt begonnen we heerlijk “rustig” te kaarten. Na een uur zo te zitten moesten we opeens gaan werken. Er moesten drie kuilen komen voor wat boompjes. Met twaalf man, drie scheppen stonden we een uur te ploeteren in de harde jungle grond. Mike was zo stoned dat hij niet durfde te scheppen, omdat hij bang was zijn tenen eraf te hakken.

In de eerste twee dagen hebben we drie gaten gegraven en 4 boompjes gepland en dag vier hoefde we zelfs helemaal niks te doen. Ramadan de eigenaar van Bamboo Village vraagt bijna nooit of je gaat werken omdat iedereen uit zichzelf al een uurtje per dag werkt. Hij is ook niet zo goed in het verdelen van de taken. Op de tweede dag moesten we twee bomen verplaatsen, maar het was ons niet helemaal duidelijk waar hij ze naartoe wilde hebben. Ook wisten we niet wat voor boom het was en hoe ver eromheen hij de grond erbij wilde hebben. Ramadan pakte de schep en begon de eerste boom helemaal zelf uit te graven terwijl 20 sterke jongens eromheen stonden die het zo van het wilde overnemen. Maar hij wilde als voorbeeld de eerste doen en de tweede zou dan voor ons zijn. Zo ging het altijd in Bamboovillage als je wilde werken. Niemand wist precies wat er gedaan moest worden en als er een duidelijk taak was, waren er teveel mensen voor het gereedschap. Eigenlijk was dit wel prima, want met 35 graden en een luchtvochtigheid van een Turkse sauna kon je niet langer dan 10 minuten achter elkaar schoffelen. Ramadan is ook al 5 jaar bezig met het opbouwen van zijn bamboo guest house in de jungle. Toen wij kwamen helpen was alles al bijna klaar.

De derde dag werden we gevraagd om te figureren als Nederlandse VOC soldaten in een Maleisische tv serie (Arag) en Mike heeft het zelfs weten te schoppen tot een hoofdrol. Hij was onze generaal en hij mocht een aantal Nederlandse woorden eruit gooien. Daarom moest Mike ook nog een keer terugkomen om nu een binnen set te draaien met bluescreen en hollywood setup. Met weer een nieuwe ervaring en om weer 150 RM (40 euro) rijker terug te komen.  Het was een super leuke en speciale ervaring en wij zijn heel erg benieuwd naar de afleveringen.

Na 4 dagen “hard” werken waren we wel toe aan een dagje uit. In KL was een groot hindoe festival waar we met ze allen heen gingen. Ze zeggen dat er een miljoen mensen waren, die allemaal de 500 treden opgelopen zijn naar de ingang van de Batu caves. Het was een ernome grot vol met biddende mensen en wij konden er zo doorheen lopen. Maar wat dit festival echt bijzonder maakte is dat de hindoes een speciaal ritueel hebben op deze dag. Ze lopen met een loodzware constructie gemaakt van bloemen en slingers op hun rug de treden op. Deze mini tempel zit met allemaal haken in hun rug vast en ze moeten al waggelend omhoog lopen. Drie uur lang tillen ze het dan helemaal omhoog naar de grot. Als je dit dan met bloed, zweet en tranen hebt voltooid heb je aan god laten zien hoeveel je voor hem overhebt en kom je in de hemel.

Die avond geslapen in Oasis waar we Fiona weer tegenkwamen. Na some special treatment op het dak van het hotel met uitzicht op de KL Twin Towers, kwam ze dit keer wel echt mee naar Bamboo Village. Waar ze vervolgens een weekje bleef logeren bij Sebas, voordat ze naar Australië vloog. Er was ook ineens meer werk we moesten een kuil van 2 meter diep en twee meten in doorsnee graven  waar we vervolgens 4 dagen over gedaan hebben.

Omdat we verder niet veel deden dan dat uurtje werk per dag en alleen maar stoned waren, besloten Mike en Sebas daar The Ducht Casino te starten, samen met Pim en Hendrik. Met het spelen van black jack, horse racing en wat oud Nederlandse spelletjes hebben we mooi 16 RM verdient, die we vervolgens weer aan de wiet pot gedoneerd hebben. Horse racing was erg in trek maar spijker poepen en koekhappen vond ik persoonlijk het leukst.

Speciaal voor het Chinees Nieuwjaar zijn we weer teruggegaan naar KL. Dat zal een groot feest worden in China-town dachten we, maar dat viel vies tegen. Het was wel een leuke stapavond, met al onze vrienden van Bamboo Village maar het verwachte vuurwerk bleef uit. Het enige vuurwerk wat we gezien hebben, waren de vele duizendklappers die om negen uur in de avond al begonnen, maar daarna bleef het siervuurwerk uit. De avond hierna zat echter vol met vuurwerk. Het was namelijk carnaval in Nederland dus moesten wij dat hier ook maar gaan vieren. Met 4 Nederlanders, een Engelsman, een Canadees en een Australiër de straat in en gek doen. Sebas was als eerst verkleed, hij was underpantsman, Mike werd hoelahoep meisje, Phil en Mitch waren een Nederlandse en een Kroatische voetballer met masker, Pim een geitenjongetje en Hendrik had een prinsessenjurkje aan. Zo zijn we door China-town en door timesquare gelopen en hebben we allemaal mensen aangesproken, deden we roltrap race en moesten we met iedereen op de foto.

Met ons niet nuchtere carnavals hoofd splitste de groep ineens op en waren Phill, Hendrik en Mike de rest kwijt. Na tien minuten zoeken besloten we te kijken of we naar de top van gebouw konden komen. De lift was echter alleen toegankelijk met een speciaal pasje, dus moesten we wachten tot we met andere gasten mee konden. Voor de bovenste etages zijn we zelfs geholpen door een medewerker van het hotel door hem te overtuigen dat we in de hoogste suites logeerde. Toen hij ons naar de kamer begeleidde zijn we snel een deur doorgegaan in het trappenhuis en zo de laatste treden naar het dak gepakt. Eenmaal op het dak was er nog een noodtrap en toen stonden we bij de koelventilators zonder railing op de dakrand te genieten van het uitzicht over KL. Als je veel gedronken hebt moet je natuurlijk naar de wc en wat is er leuker dan van een 200 meter hoog gebouw je behoefte te doen.

De volgende dag hebben we het nog een keer geprobeerd om op het dak te komen maar toen is het daar niet gelukt. Maar Sebas is wel bij een groot hotel binnengekomen. Een infinity pool op het dak waarbij het water in het niets ophield en je van het uitzicht kon genieten. Als je dan nog hoger ging kwam je op het dakterras en daar was het uitzicht nog mooier. Omdat nog niet iedereen op een dakterras was geweest besloot Sebas nog een keer in te breken, maar nu met de hele groep. Gelukkig wist Sebas nu al hoe hij moest lopen en stond de nooduitgang nog steeds open. Met ze zessen door de kelder van het gebouw om vervolgens een leuke avond in het hotel te hebben.

Nu we toch in Kuala Lumpur waren besloten we onze visums voor Indonesië vast te regelen aangezien het plan was daar binnen twee weken naar toe te gaan. Netjes aangekleed voor de ambassade moesten we twee uur in de rij wachten tot we aan de beurt waren. Mike had een sarong geleend van een van de meiden die mee was gegaan, maar de man achter de balie vond dit niet goed genoeg en wilde hem niet helpen. Nadat Sebas geholpen was zijn we naar buiten gelopen en broek gewisseld en kon Mike gelukkig wel gelijk zijn visa regelen. We hadden in Nederland een aantal pasfoto’s laten maken, maar Mike had een tanktop aan hierop en ook dit was niet acceptabel. Hij moest naar de kelder om een nieuwe foto te laten maken en zo bleek het visum een stuk meer werk te zijn dan alle andere landen waarvan we het visum tijdens de reis hadden geregeld.

Het visum zou de volgende dag klaar zijn en Mike zou deze ophalen, omdat hij nog een dagje in KL wilde blijven om zijn al vijf maanden droog staande game hobby uit te oefenen en te spelen met zijn makkers van thuis.

De dag dat we naar de ambassade waren geweest was Rachid (die we ook al in Bangkok tegen waren gekomen) in KL. Sebas heeft hem geïntroduceerd in Bamboo Village, maar hij vond het niet zo speciaal en was na twee dagen alweer weg. Na een dag goed gegamed en de visums opgehaald kwam Mike toevallig in de McDonalds de Finse jongens tegen die we uit Beijing kende. Hij heeft ze meegenomen naar de geheime plek, maar ze moesten helaas na twee dagen al naar Bali.

Alle mensen die wij geintroduceerd hadden en waarmee wij naar Bamboo Village gegaan waren verdwenen langzaam. Marco, Fiona, Pim, Henderik, de Finnen en Rachid verbleven maar kort. Gelukkig was er een grote vaste groep die hier al een maand zat die voorlopig niet weg ging. Phill, Jack, Michelle, Nick, Krek, Corben, Torben, Geof, Nabila, Tia, Nicolina, Heres, Sarb, Katy, Hannah, Anna, Julien, Lucky en Shaam verbleven nog gezellig de komende maand met ons. Maar het werd vooral rustig omdat er niet zo veel werk meer was. We hebben in 2 weken alleen maar een kleine watergeul gegraven, een aantal  terrassen gemaakt en wat cement gemixt voor het dak van de nieuwe toiletten.

Voor een beter beeld zal ik je vertellen hoe een gewone dag er uit zag in Bamboo Village. Je wordt wakker rond 12 uur, omdat het dan te warm wordt in de bamboehut waar we in slapen maar ook vanwege de honger of omdat je moet plassen. Dan ga je naar beneden waar het ontbijt al klaar staat, vaak gewoon brood met beleg en een ei maar soms ook tortilla’s, wentelteefjes of pannenkoeken. Na het ontbijt rol je je eerste joint, maar vaak ben je dan al stoned omdat iemand anders al tijdens jou ontbijt een jointje voor je gemaakt had. Als je dan stoned bent ga je even aan het werk en dat is gemiddeld een uurtje waarna je lekker bezweet en niet compleet uitgeput een koude douche kan nemen. Helemaal schoon en tanden gepoetst zoek je iets leuks om je mee te vermaken als tekenen, gitaarspelen, kaarten, frisbeeën, schaken, rennen, naar het internet café, hooghouden met een pittenzak of ga je gewoon met elkaar praten.

Rond 6 uur is meestal de lunch klaar en dan kan je genieten van Maleisische specialiteiten als curries of roti’s. Na de lunch is het al snel donker en ga je binnen iets doen omdat je vanaf nu weet dat je die dag echt niet meer hoeft te werken. Dan gaat het pas echt hard met de wiet, knetter stoned een simpel kaartspel spelen (shithead of uno) of een filmpje kijken. Als er niet zo veel wiet meer is in Bamboo Village gaan we naar de buurman Jungleman. Hij leeft in een klein hutje in de Jungle en verdient zijn geld met zijn fishfarm. Wij zijn vrienden met Jungleman geworden en we zijn altijd welkom om samen met hem zijn grootste hobby uit te voeren en dat is het roken van wiet. We gaan dan met een man of 10 in een kringetje zitten en krijgen allemaal bong shots en joints aangeboden terwijl we over van alles en nog wat filosoferen. Of je zit twee uur lang elkaar aan te staren, verwikkeld in je eigen gedachten. Rond 12 uur heeft iedereen een flinke vreet kick en dan wordt het diner geserveerd. Dat is meestal rijst of noedels, maar aardappelen met een hamburger is ook geen uitzondering.  Na het avondeten doen we met z’n allen een leuk spel georganiseerd door de Dutchies, of hebben we gewoon een filmavond. Zo een avond gaat vaak door tot een uurtje of 4 en dan ga je doodmoe en nog steeds stoned rustig naar bed toe.

Phill reist altijd rond met een goede frisbee in zijn backpack en die is een groot succes geworden in Bamboo Village. We hebben drie spellen bedacht:

-Tuin Frisbee: Werp de frisbee langs zo veel mogelijk obstakels en zorg dat hij gevangen wordt aan de andere kant.
-Ultimate Frisbee: drie tegen drie op een veld van 10 bij 10 waardoor je altijd in een scorings- positie bent, dat geeft een heel snel en competitief spel.
-Lange afstand Frisbee: werp de frisbee van een zo groot mogelijke afstand in de handen van je medespeler zonder dat hij in de jungle verdwijnt.

Op een dag waren we bezig met het leggen van cement toen het aan het einde ineens tropisch ging regenen. Omdat we al bijna klaar waren zijn we snel doorgegaan, alles werd vies en nat dus besloten we ook maar in de plassen te gaan spelen. Als kleine kinderen renden we allemaal door elkaar heen totdat iemand uitgleed en drie meter verder op, pas tot stilstand kwam. Een water glijbaan was geboren. Op je billen, op je knieën en zelfs staand probeerde iedereen de mooiste slides neer te zetten. Daarna hebben we ons allemaal schoon gedoucht met zeep en al, gewoon buiten in de regen onder de overstromende dakgoot.

Zo midden in de jungle heb je een hoop dieren, je kunt de apen zien slingeren door de bomen en de gekko’s lopen door het huis. Ook hebben we een aantal Europese huisdieren, een klein poesje en een hond die de hele dag achter de kippen aan zit. Dat ging goed totdat hij te snel werd en de kippen te pakken kreeg. Toen hij op een dag met een dode kip in zijn mond aankwam lopen moest hij weg. Gelukkig was hij welkom bij Jungleman. Jungleman heeft ook huisdieren, hij heeft een slang met een verhaal. Op een dag kwamen we aan bij Jungleman en was het huis leeg, hij bleek later in het ziekenhuis te liggen, gebeten door een slang. Maar toen hij gebeten was door de slang zag hij dat de slang het deed om zijn jong te beschermen. Uit respect voor de jungle liet hij de moederslang in leven maar nam wel het jong mee. Jungleman beloofde de moederslang dat zij haar jong weer terug zou krijgen als de beet niet dodelijk blijkt. Na drie dagen in het ziekenhuis en 5 dagen herstellen bracht hij het jong weer terug naar zijn moeder en maakte nog eens goed duidelijk dat hij één van hun is, dé Jungleman.

Maar ook in de Village waren wat ongewenste dieren, natuurlijk een hoop muggen maar ook een heuse tarantula en een grote schorpioen. De tarantula is verkocht en daar zijn we voor de rest allemaal netjes vanaf gebleven, maar de schorpioen was meer een speeltje waarmee  je kon laten zien hoe stoer je was. Mike en Sebas hebben allebei de schorpioen op de hand laten lopen, we hielden hem op de tafel omdat hij de sprong niet durfde te. Ik kreeg er de kriebels van maar het was blijkbaar niet zo gevaarlijk want Shaam (de kok) liet hem zelfs in zijn nek lopen.

Aan alle leuke dingen komt een eind, dus na anderhalve maand hebben ook wij afscheid genomen van Jungleman, Ramadan, Bamboo Village en onze vrienden. Maar niet van alle vrienden. Samen met Katie, Torben en Phil begonnen we aan een nieuw avontuur.

The islands of Thailand 26-12-12

250313_10151234089992965_264540165_n 550559_551668238193812_843300540_n 20121231_140109 20130107_141616 P1010489 P1010495 

 

[26-12-12]   –   [08-03-13]

Full Moon

 

We zijn van Siem Reap in één stuk door gereisd naar Koh Tao in Thailand. Daar hebben we twee dagen over gedaan en het ging zeker niet allemaal even soepel. Het begon al met een bus die te laat kwam. Van 10 tot 1 uur ‘s nachts gewacht tot er eindelijk een oude vieze bus was die ons naar de grens kon brengen. Zoals op wel meer grensovergangen moet je zelf over de grens lopen en je paspoort laten zien. Maar hier was het wel slecht geregeld, superlange rijen en alles was ver van elkaar vandaan. Normaal gesproken kan je ook je grote tas in de bus laten liggen maar nu moesten we overstappen dus moesten we ook nog zeulen met die 20 kilo zware backpack. Eindelijk de grens over, kregen we nummertjes. Mike zat in bus één en Sebas in bus nummer twee. Al vertrok Sebas een uur later hij was toch eerder op de afgesproken plek. Bleek dat de bus van Mike onderweg een lekke band kreeg.

Toen we elkaar weer gevonden hadden moest er een ticket naar Koh Tao geregeld worden, die bijna overal al uitverkocht waren. Wel gevonden en hop die partybus in. Wij met anderhalve liter flessen vol met bier de bus in, blijkt niemand te drinken. Het drinken van bier uit een plastic Cola fles was niet echt iets om naar huis over te schrijven, maar hij moest natuurlijk wel op. Een beetje geslapen in de bus en op de grond bij de haven toen ‘s ochtends  vroeg de pont aankwam. Die bracht ons keurig op Koh Toa waar ineens niemand ons kon vertellen waar Spicy Tao was en daar hadden we gereserveerd. Na een uurtje rondrijden op een gehuurde scooter had Mike het gevonden en kon hij drie keer op en neer rijden voor de backpacks en mij.

Op Koh Tao hadden we de wind weer in onze rug. Het hostel waar we zaten had Airco in de dorms en er was een chill-area met een gigantisch scherm met alle films die je maar wilde. We waren naar dit eiland gekomen om te gaan duiken, maar ook om vanuit hier de pont naar Koh Panghan te nemen voor de legendarische Full Moon Party en oud en nieuw. Het zou namelijk erg duur uitpakken als we in Koh Panghan zouden slapen aangezien we dan gelijk voor een week moesten boeken.

De eerste dag op Koh Tao hadden we een vette cross scooter gehaald waar we alle strandjes mee zouden opzoeken. Met zijn tweeën op de motor over de bergpaden rijden was nog een hele opgave. De paden werden steeds smaller en de kuilen dieper. Om bij het strand te komen moesten we ook nog over hoge rotsen klimmen, aangezien het een privé strand was van een resort dat alleen te bereiken was via de boot. Op de weg terug hebben we nog een ongeplande wheelie gemaakt van een paar seconden.

Dan was het eindelijk zo ver, de dag van de Full Moon, de reden dat we wat sneller door Cambodja gereisd zijn en waar we al een half jaar naar uit zaten te kijken. Dit moest een goed feestje worden, dus vertrokken we wat eerder naar het eiland om daar alvast op het strand wat in te drinken en de plek te observeren. Op de boot kreeg iedereen een mooi blauw stickertje en het leek Sebas een leuk idee om alle mensen van de boot hun oude sticker op zich te laten plakken. Na een half uur bij de uitgang van de boot wachten zat hij onder de stickers en was hij klaar voor het feestje.  Aangekomen bleek dat we nog een stuk met de taxi moesten gaan. Aangezien we al wat langer aan het reizen waren wisten we dat het handig was een grote groep te regelen en zo de kosten te splitsen. Zo bleek het helaas niet te werken hier en elk ritje, waar naartoe, met hoeveel of welk tijdstip, het was altijd 100Bath. Dus zaten we tien minuten later met zijn tienen in een pick-up naar de andere kant. De enige korting die we geregeld hadden was één Bath, dus toen we aankwamen gaf de man iedereen 1 Bath terug van de honderd en hadden we toch nog een beetje kunnen afdingen.

We waren vroeg, dus hadden genoeg tijd om even rustig rond te lopen en het strand te verkennen. Al snel hadden we de Mushroom Mountain gevonden waar ze psychedelische shakes verkochten en ze een speciale slaap zone gemaakt hadden als het feesten je even te veel was geworden. Ook de befaamde Full Moon Bucket kraampjes naast het strand waren zich klaar aan het maken. Voor nog geen vijf euro had je een fles cola, twee Thaise red bulls (waar geruchten over kleine percentages amfetamine de ronde doen) en een goede fles Absolut Vodka. Alle verkopers hadden een eigen stalletje met hun naam er groot voor opgeschreven. Wij hadden eerder gezien dat je in de steegjes naar het strand alles voor de helft kon krijgen met lokale drank, dus dat was voor ons genoeg reden om een stukje van de drukte af te lopen.

In sommige bars langs het strand ging de muziek langzaam aan en overal waren mensen elkaar aan het beschilderen met fluorescerende verf. Op dat moment kwamen wij onze groep Nederlanders tegen die we nog vanuit Laos en Chiang Mai kende, zodat het feest nu echt kon beginnen. We haalden onze bucket bij een vrouw die het niet erg vond er nog een extra scheutje vodka bij te doen en er nog wat extra red bulletjes bij te halen. Dit was meteen onze thuishaven voor buckets en verf.

De Full Moon party is op een strand van 500 meter met allemaal kroegen en vier grote podia met dj stands ervoor. Aan het einde heb je dan Mushroom Mountain en nog wat andere psychedelische clubs. Iedereen verzameld zich voor de grote stages en danst zich helemaal suf op de beste party muziek die we gehoord hadden in die 4 maanden ervoor. Zo’n 40.000 mensen feesten, lopen, sexen, slapen, kotsen zich los op het strand en het is een mooi gezicht om de stapels flip flops te zien drijven in de zee als het water wat hoger begint te worden.

Het is een feit dat je elkaar kwijt gaat raken tijdens al dat feesten. Zelfs als je met een groep mensen bent kan er zomaar iemand verdwenen zijn en soms ben je zelf de dader. Afgeleid door een groep mooie meiden, meegetrokken door een bende feestende Australiers of gewoon niet goed opgelet. Het is onmogelijk om elkaar dan terug te vinden, dus kan je beter doorfeesten en je komt waarschijnlijk wel weer iemand tegen die je kent. Op een gegeven moment hadden we elkaar drie uur niet gezien, Mike was met een Russische meid ergens in een hang matje gaan liggen en Sebas is boven in een torentje even in slaap gevallen. Het is dan juist weer mooier om elkaar tegen te komen in de drukte en niet klagen, maar doorfeesten.

Het feest heeft de naam Full Moon omdat het gehouden wordt tijdens de volle maan, maar daar wordt die avond niet echt aandacht aan besteedt. Het grootste applaus wordt gegeven als de zon weer omkomt en de grote meute langzaam begint te slinken. Als echte party hardies bleven wij nog tot tien uur doorfeesten tussen de chemisch gesponsorde mensen. De zee begint het hele strand over te nemen en elke golf maakt de aangespoelde stapel rotzooi groter. Je beseft dat dit een hele impact moet hebben op de natuur, maar omdat je zo’n fantastische avond hebt gehad denk je daar niet lang meer over na. Iedereen is zijn flip flops kwijt, maar de hele kust ligt er mee vol, dus heb je binnen vijf minuten wel een bijna passend paar terug gevonden.

Eenmaal terug op de haven bleek dat we nog vier uur moesten wachten tot de volgende ferry vertrok, dus vielen we heerlijk in slaap op de betonnen vloer. Eenmaal aangekomen op Koh Tao zijn we gelijk de slaapzaal in gegaan en in slaap gevallen. We hadden immers twee dagen om bij te komen van het feestje en dan was het oud en nieuw op het zelfde strand. De Full Moon is het gaafste feest dat we ooit hebben meegemaakt en is een zekere aanrader. Oud en nieuw was nog fleuriger, drukker en chaotischer dan de gewone Full Moon. Deze keer zijn we zelfs zonder flip flops en shirt gekomen, omdat die toch alleen maar kwijt zouden raken. Alles onder de verf en het vuurwerk recht boven de groep hebben we de perfecte inleiding van het jaar gehad.

Whaleshark

Op 2 januari zijn we begonnen aan een veelbelovende duikcursus, Sebas had een week eerder namelijk al twee kleine haaitjes gezien tijdens het snorkelen. De duikcursus was super, we hebben veel geleerd en we mogen nu overal ter wereld duiken tot 18 meter. Het is echt tof om zo makkelijk te kunnen ademen onderwater en om 18 meter diep te gaan. Je kunt dan zo veel meer vissen zien en omdat je zo langzaam beweegt komen die vissen ook dichter bij. Er is één vis die helaas iets te dichtbij komt, dat is de schoonmaakvis. Dit visje komt af op wondjes en bijt ze dan open. Ook vindt hij oren interessant en dat doet erg pijn als hij naar binnen probeert te komen.

Op de laatste dag van deze cursus hebben we Sebas zijn verjaardag gevierd. Omdat we het al weken over de walvishaai hebben, had Sebas er één besteld voor zijn verjaardag. Tijdens de uitleg voor onze laatste duik kregen we ineens te horen dat er een walvishaai gesignaleerd was. Bas onze dive instructor stopte zijn uitleg onmiddellijk en zei dat we zo snel mogelijk onze spullen moesten aan trekken. Mike, Sebas en Bas waren zo het water in maar Pim, Hendrik en de Zweden wilden eerst alles nog dubbel checken voordat ze het water in gingen. Toen iedereen het in het water lag moesten we nog een heel stuk zwemmen, maar het was het allemaal waard. Vijf meter lang, een bek van een meter breed en een prachtige egaal blauwe huid met witte stippellijnen. Honderd duikers en snorkelaars zwommen in een sliert achter hem aan. We kwamen met geluk vooraan de groep en konden voor de walvishaai uitzwemmen. Boven, onder en er naast zwommen tientallen enthousiastelingen en het maakte allemaal niks uit, de haai bleef gewoon rustig doorzwemmen. Dit was zeker één van onze hoogtepunten van deze reis en er is nog een film van gemaakt ook. Die willen we met alle liefde laten zien wanneer we weer in Nederland zijn.

Na onze duikcursus hadden we nog lang niet genoeg gezien van de onderwater wereld, maar omdat duiken toch wel duur is, zijn we gaan snorkelen bij Shark Bay. Daar zwemmen een heleboel haaitjes van een meter tot hoogstens twee meter lang. In het begin is dit best een beetje spannend maar na een tijdje merk je dat ze zich niks van je aantrekken. Voor Sebas werd het zelfs een beetje saai dus besloot hij te gaan rotsklimmen om vervolgens van de rotsen richting de haaien te duiken. Maar bij het klimmen ging het fout, hij gleed uit en viel van grote hoogte (1 meter) op de rotsen in het water. Er was niet zo veel aan de hand, allemaal kleine schrammetjes verdeeld over het hele lichaam. Ik maakte mij eerst druk om de ring die ik bij de val verloren had, maar toen deed mijn been toch wel pijn. Bleek er een diep gat in mijn heup te zitten, snel langs de rotsen terug naar de steiger gezwommen, omdat ik nu wel bang was voor de haaien. Toen ik eindelijk bij de clinic was hebben ze het eerst flink lopen schoonmaken. De dokter ging er zo in met haar hele vinger. Toen het goed schoon was hebben ze het gat gedicht met zes hechtingen. Ik mocht niet meer het water in en ik moest het veel rust geven. Na anderhalve maand antibiotica en twee keer per dag goed schoon maken mochten de hechtingen er eindelijk uit. Nu ziet het er keurig uit en heb ik een mooi litteken met een goed verhaal.